Aanschaf

Welk Ras/type?

Als je een rashond neemt, weet je globaal hoe hij eruit komt te zien en wat voor type hond het wordt qua karakter. Bij een rasloze hond is dat veel moeilijker. Is het een kruising van twee bekende rassen, dan weet je al iets meer. Vaak lijkt hij qua karakter ook op de ouder waarop zijn uiterlijk het meeste lijkt.

Rashond of niet, er zijn een aantal keuzes waarvoor je staat als je een hond wilt aanschaffen. Het beste is om je in de rassen te verdiepen, die je aanspreken. Lees hoe de hond werkelijk is en bedenk je of je zo'n hond wilt of kunt hebben of niet. Een rashondenencyclopedie kan hierbij van nut zijn. Let wel op: er zijn veel rashondenboeken die klinkklare onzin verkopen. Wil je goede uitleg over de rassen dan zijn er een aantal opties. Tot de goedkoopste boeken behoort de hondenencyclopedie van Esther Verhoef (ISBN 90 369 0240 9). Bij veel witte-prijzen boekhandels is deze tegen een zeer bescheiden prijs te vinden. Hij geeft een vrij goed beeld van de meest gangbare rassen. Ook heeft zij een dikker boek Honden (ISBN 90 366 1328 0), waarin bijna alle rassen beschreven staan. Ook voor de foto's is dit boek een aanrader en het is goedkoop. In de (veel duurdere) Toepoel's Hondenencyclopedie vindt je, naast veel andere nuttige informatie, van alle rassen de (verkorte) rasstandaard. Wil je echt weten hoe een hond is qua karakter en gedrag, dan is het (niet goedkope) boek Karakterhonden, karakterbazen van Sacha Gaus en Nicky Gootjes een aanrader (ISBN 90 5956 004 2). Zij hebben een enquÍte gedaan onder vele Nederlandse hondenbezitters en de uitkomsten zijn in hun boek verwerkt. Daarin kun je lezen hoe een hond echt is, niet hoe hij volgens de rasstandaard zou moeten zijn.
Een ander goed hulpmiddel is om een hondententoonstelling te bezoeken. Kijk eens rond, praat eens met de eigenaren van de honden. Ze vinden het helemaal niet raar als je ze aanspreekt. Integendeel, de meeste eigenaren praten maar wat graag over hun hond!

Het voert hier te ver om op alle rassen in te gaan, maar hieronder vind je enkele globale tips:

Aspect Keuzes en voor- en nadelen
Groot of klein Het is onzin dat je voor een grote hond een groot huis en een grote tuin moet hebben. Een flatje kan heel goed, mits je voldoende met de hond gaat wandelen. Een hond die lekker uit geweest is, gedraagt zich rustig in huis en kan dan zelfs in een klein huis goed wonen. Wel is het in een flat handig als je een lift hebt, zodat een grote jonge hond geen trappen hoeft te lopen. Dragen lukt immers na enige tijd niet meer, dan wordt hij te groot. Een grote hond vraagt doorgaans wat meer beweging dan een kleine hond. Hele grote honden hebben echter weer wat minder bewegingsdrang dan de middelgrote. Een middelgrote tot grote hond kan flink aan de riem trekken. Veel vrouwen hebben moeite om een dergelijke hond fysiek de baas te blijven. En vaak zijn het juist de vrouwen die overdag de hond moeten uitlaten! Een kleinere hond is dan veel prettiger. Ook met een kleine hond kun je lange wandelingen maken of sportief bezig zijn, dus waarom altijd een grote hond? Vaak wordt in de stad een grote hond gekozen om veilig over straat te kunnen lopen. Maar als die grote hond vervolgens alle honden en katten die hij tegenkomt te lijf gaat, hoe veilig loop je dan nog op straat? Kleine hondjes zijn vaak vrij fanatiek in hun acties, alsof ze willen compenseren voor hun formaat. Ze zijn meestal watervlug, wat lastig is als je zelf niet meer zo snel in je bewegingen bent. Het zijn echter wel heel handige hondjes om overal mee naar toe te nemen (restaurant, camping). Een grote hond neemt meer plaats in en oogt "gevaarlijker", waardoor mensen zich eerder storen aan zijn aanwezigheid. Ook is het in een kleine caravan of in het openbaar vervoer niet altijd even praktisch.
Activiteit Bepaalde rassen (veel herdershonden en jachthonden) hebben veel energie. Je zult dus per dag flink wat tijd aan ze moeten besteden. Doe je dat niet, dan gaan ze zich vervelen en kunnen ze je huis gaan slopen. Ook als je veel van huis bent zijn dit minder geschikte honden. Daarentegen zijn deze energieke honden ideaal voor mensen die graag wandelen of hondensporten bedrijven. Er zijn ook honden die met minder actie genoegen nemen en dan dus beter passen bij mensen die het ook liever wat rustiger aan doen.
Aard Herdershonden zijn over het algemeen vrij goed gehoorzaam te krijgen. Ze lopen je echter in huis wel overal achterna. Ook zijn er diverse rassen die nogal dominant kunnen zijn. Je moet ze dan dus wel de baas kunnen. Jachthonden zijn meestal minder uit op het overnemen van de leiding, maar als hun neus de lucht van iets opvangt vergeten ze wat gehoorzamen betekent... Vooral de Lopende jachthonden zijn minder goed in gehoorzamen. De retrievers en spaniŽls kunnen wel weer heel gehoorzaam worden. TerriŽrs en teckels zijn behoorlijk eigenwijs. Als je dat eigenzinnige kunt waarderen, heb je er een prima hond aan. Erger je je daaraan, neem dan vooral niet zo'n hond. Windhonden blinken doorgaans ook niet uit in gehoorzaamheid. Bovendien mogen deze honden in Nederland niet los van de riem uitgelaten worden. Met name de oosterse windhonden zijn vrij afstandelijk van aard. Poolhonden zijn fantastische honden als je graag lange afstanden aflegt, maar gehoorzaamhied is absoluut een zwak punt.
VAak zegt het oorspronkelijk gebruik van de hond veel over zijn karakter: werd hij gebruikt om zelfstandig de kudde te beschermen tegen wolven (b.v. witte Berghonden)? Dan weet je dat hij heel zelfstandig van karakter is en dus weinig geneigd is om jou te gehoorzamen. Werd hij gefokt om heel volhardend het spoor van het wild te volgen (Beagle), dan weet je dat je hond buiten snel zal weglopen als hij eenmaal een interessante lucht in de neus heeft. Honden die voor de jacht in meutes gefokt zijn, zijn niet graag alleen en zullen dat luidkeels laten blijken...
Waaks Een waakse hond is handig om inbrekers te weren. Het is echter lastig als je veel bezoek krijgt. Ook komen er regelmatig problemen voor met waakse honden die de hele buurt bij elkaar blaffen. Een minder waakse hond is vaak ook een goede preventie tegen inbrekers en levert minder problemen met zijn blafgedrag op.
Kinderen In principe kan elk ras goed met kinderen omgaan, mits dit door de ouders in goede banen geleid wordt. Dogachtigen zijn vaak heel tolerant en voelen niet snel pijn. Valt een keer een kind over de hond heen, dan zal dat geen probleem zijn. Een herdershond kan daar juist weer zo van schrikken dat hij uit schrik hapt. Retrievers staan bekend als kindervrienden, maar wat minder bekend is, is dat ze vaak erg lomp zijn en dus kleine kinderen nogal eens (onbedoeld) platwalsen. TerriŽrs zullen dat niet zo snel doen, maar die laten zich zeker gelden als ze zich door kinderen benadeeld voelen. Diverse soorten spaniŽls zijn eigenlijk prima honden voor een gezin: ze luisteren redelijk goed, ze zijn niet zo lomp als een retriever, ze zijn behoorlijk tolerant en qua formaat zijn ze meestal een leuke middenmoter, die niet al te sterk is. Kleine hondjes kunnen goed bij kinderen, mits er goed over gewaakt wordt dat de kinderen ze niet als teddybeer gaan rondzeulen. Het kind kan daarbij onbedoeld de hond pijn doen en als reactie gebeten worden.
Beharing Een kortharige hond vergt weinig onderhoud. Het is een fabeltje dat deze honden minder verharen dan een langharige hond. De korte haren steken ook nog eens overal in, zodat ze lastig te verwijderen zijn. Lange haren zijn vaak zachter en met een goede borstel/stofzuiger makkelijker te verwijderen. Wil je een niet-verharende hond, dan kun je beter een ruw- of krulharige hond nemen. Deze moet je echter regelmatig laten trimmen en dat kost bij een grote hond flink wat geld. Een langharige hond moet je vaker kammen/borstelen dan een ruw- of kortharige. Er zijn veel verschillen in vacht: sommige langharige honden hoef je slechts af en toe te kammen, anderen moet je elke dag kammen. Vraag het de kenner om vooraf in te kunnen schatten hoeveel werk de vacht met zich meebrengt! En is er kans op allergie bij een van de huisgenoten: denk dan eens aan een Poedel. Deze honden geven meestal geen allergische reactie. Ook de Labradoodle geeft meestal geen allergische reactie (hoewel dit ook ligt aan welke lijnen, niet elke kriuising Labrador-Poedel heet die eigenschap). Ook de Briard, Soft Coated Wheaten Terrier en de Bouvier schijnen vaak geen allergie op te wekken. Andere rassen die soms goed gaan zijn Maltezers, Chowchows en Poolhonden.
Kleur Op zich een onbelangrijk kenmerk. Bij het kiezen kun je eventueel rekening houden met het volgende. Een lichtgekleurde hond kun je in het donker goed zien (handig als je vaak in onverlichte gebieden komt). Je ziet ook goed als hij vies is. Dat is een voordeel, want je kunt dus goed zien wanneer hij schoon genoeg is om in huis te laten. Bij een donkergekleurde hond vergis je je daar wel eens in. Dan denk je dat je hem schoon gemaakt hebt en dan zie je nog de zwarte poten op je kleed. Woon je in een kinderrijke buurt: kinderen vinden lichtgekleurde honden vaak minder eng dan donkergekleurde honden.
Staart Een gezellige kwispelstaart is leuk, maar als steeds je kopjes van tafel zwiepen ga je daar anders over denken. Een kleiner maatje hond kwispelt onder tafel door, en dat is praktischer. Ook is er een verschil tussen rassen in de mate waarin ze kwispelen en dus de tafel schoonvegen.
Kwijlen Met name dogachtigen kunnen nog wel eens flink kwijlen. Dat blijft beperkt als je ze alleen in hun eigen voerbak eten geeft en verder niets tussendoor. Bedenk of dit gaat lukken in jouw thuissituatie. Kinderen willen bijvoorbeeld nog wel eens wat laten vallen en dat hebben honden zo door....

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak