Fokkerij

Nieuw leven begint bij een eicel en een zaadcel. Als deze samenkomen vormt zich uit deze bevruchte eicel een nieuw levend wezen. Dit wezen draagt de erfelijke eigenschappen bij zich van zowel de eicel (moeder) als de zaadcel (vader). Door celdeling vermeerdert de cel zich tot een nieuw, uniek wezen. Deze kan zich weer voortplanten en zo worden de erfelijke eigenschappen van dit wezen weer doorgegeven aan een volgende generatie. Dit gaat volgens een ingenieus systeem, dat enerzijds strak georganiseerd is, maar anderzijds ruimte laat voor spontane wijzigingen om aldus op de natuur in te springen en zo de grootste kans te hebben om te overleven.

In deze rubriek wordt een stuk basiskennis over genetica en vererving gegeven. Zonder deze basiskennis zijn bepaalde effecten in de fokkerij niet te begrijpen. Uiteindelijk moet de basiskennis in praktijk gebracht worden. Ook deze toegepaste kennis komt aan bod.

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak