Socialisatie

Inhoud:

Week 1 en 2

Zodra de puppen zijn geboren moeten ze gehanteerd worden. Daarbij kun je controleren of ze gezond zijn en ze eventueel van een gekleurd bandje voorzien, zodat ze onderling herkenbaar zijn. Weeg de puppen in het begin dagelijks en neem elke pup elke dag zo'n 10 minuten bij je. Hou de pup lekker tegen je aan en knuffel ze een beetje. Ze raken zo gewend aan mensengeur en zien mensen daardoor de rest van hun leven als roedelgenoten. Je kunt dit doen terwijl je b.v. televisie kijkt en dan wissel je tijdens de reclame van puppie. Er wordt ook wel aangeraden om de puppen elke dag een paar keer in de hand te draaien (Bio Sensor Methode, zie onderaan). Dit schijnt de dieren slimmer en snellere leerlingen te maken.

Of je de eerste 1 à 2 weken bezoek bij de pups ontvangt zal ten eerste aan de reactie van de moederhond liggen. De eerste tijd zijn die doorgaans heel beschermend naar de pups en kunnen ze nerveus worden van bezoek. Deze nervositeit kan op de pups overslaan. Test eerst met wat bekenden uit hoe je teef reageert. Is ze niet overdreven nerveus, dan kun je eventueel ook andere visite toelaten. HEt voordeel is dat de pups zo van zeer jong af kennismaken met geuren van andere mensen. Oren en ogen zijn nog gesloten, maar ook via de neus kan al een stukje socialisatie plaatsvinden. Wees niet te bang voor besmettingsgevaar, doorgaans valt dat reuze mee. Let wel goed op dat het bezoek de pups juist hanteren. Ze zijn immers nog erg kwetsbaar.
Vanaf dat de oogjes en oortjes open gaan kan voorzichtig begonnen worden met het toelaten van (meer) bezoekers. Is er tot dan toe nog geen bezoek geweest, laat dan eerst mensen komen, die zeer bekend voor de moederhond zijn. Dit is een voorzichtige manier om enerzijds te zien hoe ze op bezoek reageert en anderzijds haar te laten wennen aan bezoek.

Nadat de oren en ogen op zijn, moet het geluidsniveau opgevoerd worden en worden nieuwe geluiden geïntroduceerd om de puppen te wennen aan de luidruchtige buitenwereld. Afhankelijk van de ontwikkeling van het nest, kunnen de pups één voor één uit het nest genomen worden, weg van broertjes en zusjes en moeder. Dit deden we al vanaf geboorte, maar daarbij hielden we ze steeds bij ons. Nu wordt het tijd om ze wat meer van de wereld te laten ervaren. Zet ze eens op de grond, op een kleed of naast je op de bank. Laat ze even wat rondscharrelen. Doe dit kort en let erop dat ze niet afkoelen. Het is belangrijk om ze elke dag even alleen te nemen om ze te helpen zich als individuen te ontwikkelen en niet teveel van de anderen afhankelijk te zijn.

Top

Week 3

Rond de derde week gaan de pups lopen en beginnen ze meer van de wereld te verkennen. Dit is een goed moment om een puppieren aan de werpkist te koppelen, zodat ze wat mer ruimte tot hun beschikking hebben. Dit is doorgaans ook een goed moment om bezoek te gaan ontvangen. Hoe meer verschillende mensen langskomen, des te meer de pups vertrouwd raken met mensen.
Om de leefomgeving van de pups nog meer te verrijken leggen we allerlei speelgoed in de ren. Dit kunnen pluche speeltjes zijn, maar ook kartonnen dozen, lege WC-rolletjes, plastic flessen of oude lappen kunnen voor de pups zeer interessant zijn.

Top

Week 4 en 5

Als het weer het toelaat kunnen de pups met 4 à 5 weken leeftijd naar buiten op het gras (dit hangt vooral af van de ontwikkeling van het nest en of ze er klaar voor zijn). Ga op de grond zitten met de puppen op schoot en laat ze zelf de wereld gaan verkennen als ze er klaar voor zijn. Creëer "problemen" voor de puppen, bijvoorbeeld over lage doosjes klimmen, in en uit doosjes klimmen, in een smal doosje kruipen om iets lekkers eruit te halen. Bouw als het mogelijk is een "mini-agility-baan". Kinderspeelgoed kan hier goed dienst doen. Maak een glijbaantje, een tunneltje, iets om in te kruipen, een laag platform. Vergeet verder niet de speeltjes regelmatig te verwisselen om de interesse van de pups te behouden.

Vanaf 5 weken leeftijd zijn de pups bezig te ontdekken wat bijten is en gebeten worden. Ze gaan blaffen en leren de details van de sociale interactie met andere honden. De moederhond heeft daarbij een belangrijke taak. Ze zal de pups leren zich te gedragen en te onderwerpen. Als het nodig is corrigeert ze de pups kort, maar krachtig. Dit is nodig om de pups goed sociaal gedrag aan te leren. Onderzoek heeft aangetoond dat puppies die te vroeg uit het nest gehaald zijn, de neiging hebben om nerveuzer te zijn, meer te blaffen en te bijten en minder goed reageren op discipline. Vaak zijn ze agressief naar andere honden.

Top

Week 6, 7 en 8

Zorg dat de pups voortdurend uitdagingen hebben. Enkele dagen nadat de pups hun eerste enting gehad hebben kun je de uitstapjes uitbreiden naar nieuwe plaatsen. Ritjes naar het park bieden veel nieuwe ervaringen (zowel wat obstakels betreft als ontmoetingen met mensen/ kinderen). Let wel op voor andere honden. Als één grote hond je pups de schrik om het lijf jaagt, is al je werk teniet gedaan. Bedenk verder: vermoeide puppies slapen. Ze kijken niet om zich heen en hoeven niet bezig gehouden te worden.

Neem de puppen niet alleen gezamelijk mee, maar ook apart. Ze leren dan de wereld zelf te verkennen, zonder zich te kunnen verschuilen achter broertjes of zusjes.

Speeltjes

Zorg voor voldoende speeltjes. Verwissel deze regelmatig, zodat de puppen steeds nieuwe uitdagingen hebben. Er zijn vier soorten speeltjes:

Actieve speeltjes:

Onderzoekingsspeeltjes:

Afleidingsspeelgoed:

Comfort speeltjes:

Spelen met mensen

Speeltjes zijn een prima manier om de pups bezig te houden als wij daar geen tijd voor hebben. Maar voor puppies is het heel belangrijk dat we ze ook leren dat spelen met mensen geweldig leuk is. Zo leren we ze vanaf jongsaf aan al een band te krijgen met mensen. Spelletjes waarbij we speeltjes verstoppen of waarbij we de pup zijn best laten doen om het speeltje te pakken te krijgen zijn prima. Ook trekspelletjes zijn uitermate goed. Bij trekspelletjes is het echter wel zaak om de spelregels zelf te bepalen én te handhaven. Te vaak wordt een pup helemaal wild en wil niet meer loslaten of bijt ter verdediging van zijn prooi. Heel belangrijk is dus dat wij het spel beheersen door een commando te geven waneer we beginnen ("spelen", "vast") én een commando te geven wanneer het klaar is ("klaar", "los"). En dan is het ook echt klaar en bergen we het bewuste speeltje weg. Zo leren we de pup in het nest al om zich gedisciplineerd te gedragen tijdens het spel.

Top

Regel van 7

Een goede socialisatie komt erop neer dat je de pups meeneemt naar zoveel mogelijk verschillende plekken. Een hulpmiddel om te controleren of ze aan voldoende prikkels zijn bloodgesteld is de regel van 7.

Tegen de tijd dat een pup 7 weken oud is moet hij/zij:

(bron: Pat Schaap, Shenanigan Shetlands, Clarksville, Maryland)

Top

Bio Sensor methode

In hun poging de prestaties van honden voor militaire doeleinden te verbeteren ontwikkelde het Amerikaanse leger een methode die ze "Bio Sensor" noemden. Later werd het bekend als "super hond" programma. Uit jarenlang onderzoek kwam naar voren dat vroege neurologische stimulatie oefeningen een belangrijk en blijvend effect konden hebben. Het onderzoek bevestigde dat er een specifieke periode in het leven is, waarin neurologische stimulatie een optimaal effect heeft. De eerste periode begint ongeveer op de derde levensdag en duurt tot de zestiende dag. In deze periode vindt een snelle neurologische groei en ontwikkeling plaats, die van groot belang is voor het individu.
Het "Bio Sensor" programma was gericht op vroege neurologische stimulatie om ervoor te zorgen dat de hond een belangrijke voorsprong had op andere pups. Het programma omvat 6 oefeningen, die ontwikkeld zijn om het neurologische systeem te stimuleren. Elke behandeling omvat het eenmaal per dag hanteren van de puppies. Dit moet een voor een gebeuren en er wordt dan een serie van vijf oefeningen gedaan. De volgorde van de oefeningen is niet belangrijk. Alle vijf de oefeningen worden achter elkaar bij een pup gedaan, waarna de volgende pup behandeld wordt. De vijf oefeningen zijn:

  1. Tast stimulatie: hou de pup in de ene hand en betast (kietel) de pup tussen de tenen van elke voet met behulp van een wattenstaafje. De pup hoeft er niet zichtbaar op te reageren. Doe dit 3 tot 5 seconden per voet.
  2. Hoofd omhoog: gebruik beide handen, hou de pup rechtop, zodat het hoofdje recht boven de start is. Dit is een opwaartse positie, die 3 tot 5 seconden moet worden aangehouden.
  3. Hoofd omlaag: hou de pup stevig in beide handen met het hoofd omlaag gericht. Hou deze positie 3 tot 5 seconde aan.
  4. Rugligging: hou de pup zo dat diens rug in de palmen van beide handen rust, met het snuitje richting het plafond. De pup mag wat spartelen. Hou de pup 3 tot 5 seconden in deze positie.
  5. Temperatuur stimulatie: gebruik een vochtige handdoek, die minimaal 5 minuten in de koelkast gelegen heeft. Plaats de pup op de handdoek met de voetjes omlaag. Hou de pup niet tegen als hij wil bewegen. Duur van de stimulatie: 3 tot 5 seconden.

Deze vijf oefeningen zullen een neurologische stimulatie geven, die van nature niet voorkomt gedurende de vroege levensperiode. Ervaringen laten zien dat pups zich soms verzetten tegen deze oefeningen, terwijl anderen onverstoorbaar zijn. In beide gevallen zegt dit iets over de pup en zijn latere vermogens.
Herhaal de oefeningen niet vaker dan eenmaal per dag en laat de oefeningen niet langer duren dan aangeraden. Over-stimulatie van het neurologische systeem kan een averechts en verwoestend effect hebben.
Deze oefeningen beïnvloeden het neurologische system door het eerder tot actie te prikkelen dan normaal verwacht kan worden. Het resultaat is een verhoogde capaciteit, die later zal helpen om de prestaties van de hond te vergroten. Behalve deze oefeningen moet het regelmatig hanteren en spelen met de pups voortgezet worden, omdat de neurologische stimulatie geen vervanging is voor routinematig hanteren van de pups, socialisatie en binding aan de mens.

Vijf voordelen zijn gevonden bij honden die het Bio Sensor programma ondergaan hadden:

In leer-testen waren gestimuleerde pups actiever en vertoonde meer exploratief gedrag dan de niet-gestimuleerde nestgenoten. De gestimuleerde pups waren baas over de niet-gestimuleerde pups in competatieve situaties.

(bron: Clicker Solutions - Melissa Alexander)

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak