Conditionering

Hoe leren honden

Hondengedrag wordt bepaald door het ras, de genetische erfenis, observatie, de hormonen van moeder en pup en de relatie met de moeder, de nestgenoten, de mensen en de rest van de omgeving. Honden leren voortdurend. Aan ons is de taak om het leerproces te begeleiden. Bij honden wordt er onderscheid gemaakt tussen aangeboren en aangeleerd gedrag. We spreken over aangeboren ge-drag wanneer we het hebben over gedrag dat hij van huis uit heeft meegekregen. Of en in hoeverre dat gedrag tot uiting komt hangt af van de omstandigheden waarin de hond terechtkomt. Het kunnen blaffen is bijvoorbeeld aangeboren gedrag. Het stil blijven op momenten dat de hond van nature geneigd is te blaffen omdat de baas hem dit geleerd heeft is aangeleerd gedrag. Van de aangeboren eigenschappen wordt uiteraard gebruik gemaakt bij opvoeding en training.

Het aanleren van gedrag kan plaatsvinden met behulp van de baas, maar is ook iets wat de hond zelf kan doen, bijvoorbeeld door te kijken naar het gedrag van andere honden en dit over te nemen. Van dit laatste wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt in de jachttraining en in de training met het werken met schapen. De hond leert ook door vallen en opstaan. Een hond merkt vanzelf dat een kachel heet is.

Vaak is gedrag zelfbelonend. Als de hond blaft tegen de postbode en deze gaat weg dan heeft de hond succes gehad met het op de vlucht laten slaan van de indringer. En als de deur opengaat omdat de hond er tegenaan springt, zal hij dit vaker gaan doen. Blaffen of janken als de hond alleen gelaten wordt is ook vaak zelfbelonend. De hond roept en de baas komt, prachtig toch.

Gedrag wordt opgeroepen door prikkels (signalen), hetzij van buitenaf (zien, horen, ruiken enz.) of van binnenuit (honger, dorst). Het hangt van de sterkte van de prikkel af, of en hoe de hond reageert. Een plotseling tevoorschijn schietend konijn vormt over het algemeen een sterkere prikkel dan de baas die op dat moment "hier" roept. Door het koppelen van een bepaalde prikkel aan een bepaalde handeling ontstaat conditionering. Er zijn 2 vormen van conditionering.

Top

Klassieke en operante conditionering

Op de eerste plaats is er de klassieke conditionering. Beroemd zijn de speekselproeven van de Russische geleerde Pavlov. Als de proefhonden voedsel kregen liet hij tegelijkertijd een bel horen (neutrale prikkel). Na een paar keer brachten de proefhonden de bel in verband met het voedsel en begon-nen bij het horen ervan heftig te speekselen. Bij ons zijn bekende voorbeelden het pakken van de voerbak en het pakken van de riem om naar buiten te gaan. En als we steeds "braaf" zeggen als we de hond belonen dan schept na verloop van tijd het woordje "braaf' een prettig gevoel bij de hond. Hij is dan daarop geconditioneerd.

Op de tweede plaats is er de operante conditionering. De Amerikaan Skinner ontdekte dat je dieren met succes zover kunt krijgen dat ze zelf een bepaalde handeling (ook wel operant genoemd) uitvoeren om een beloning te krijgen. Hij liet een duif tegen een plaatje tikken voordat ze bij het voer kon komen. Het voer was de beloning voor de handeling. Bij honden werkt dit net zo. Het voorbeeld van de hond die de deur per ongeluk openmaakt is een voorbeeld van operante conditionering. De handeling van de deur openmaken wordt beloond met zijn vrijheid. Het voorbeeld van de postbode heeft ook betrekking op operante conditionering.

Beide typen conditionering kunnen ook negatief werken. De hond die de deur openmaakt en er vervolgens met zijn staart tussen blijft zitten kijkt de volgende keer wel uit. En de geur in de wachtkamer van de dierenarts is voor veel honden voldoende om rechtsomkeert te willen maken.

Bij de opvoeding en de training wordt gebruik gemaakt van een combinatie van beide conditionerings-vormen. Als we een hond die uit zichzelf gaat zitten belonen voor die handeling, passen we operante conditionering toe. Koppelen we de handeling aan het commando "zit", dan zal de hond na verloop van tijd dat commando koppelen aan de handeling van het gaan zitten. Op dat moment is er weer sprake van klassieke conditionering.

In de aanleerfase wordt de hond altijd beloond voor zijn inspanning. Hij wordt niet gestraft want hij weet nog niet wat de bedoeling is. Uitlokken van het gewenste gedrag of wachten op het moment dat de hond uit zichzelf dat gewenste gedrag v ertoont, daar het bijbehorende commando aankoppelen en direct belonen werken in deze fase het beste. In de beheersingsfase (de hond weet wat van hem ver-langd wordt en kan dat ook uitvoeren) hoeft er niet altijd beloond te worden. Er kan snel gewenning optreden en de hond kan zijn belangstelling verliezen. Door de ene keer wel en de andere keer niet te belonen en door de beloning te variŽren blijft het spannend voor de hond.

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak