Oren

Inhoud

Doofheid:

Top

Doofheid

Doofheid is een toch nog vrij regelmatig voorkomend verschijnsel bij honden. Vooral honden met veel wit hebben kans op doofheid, zeker als ze daarbij ook nog blauwe ogen hebben (zie verder bij erfelijkheid). Op zichzelf is doofheid niet levensbedreigend, maar het levert wel een aantal potentiële problemen op:

Halfzijdig niet-horende dieren vormen minder problemen.

Vooral de eenzijdige doofheid is lastig valt vast te stellen. Als een puppy niet wakker wordt door een zeer luid lawaai dan is deze haast zeker tweezijdig niet-horend. Maar een eenzijdig-horende pup zal vaak wel reageren en kan dus niet betrouwbaar worden opgespoord. Om met zekerheid en objectief een- of tweezijdige doofheid vast te stellen is een elektrodiagnostische test ontwikkeld, de BAER- of BAEP- test.

Doofheid kunnen we indelen in A: verkregen doofheid B: aangeboren doofheid.

Verkregen doofheid

Dit kan ontstaan door:

  1. Belemmering van het transport en opvang van de geluidstrillingen. A: Door afsluiting van de gehoorgang (woekeringen, troep) B: Door beschadiging van het trommelvlies. C: Door beschadiging/ontsteking van het middenoor, waardoor de gehoorbeentjes niet of niet goed meer functioneren.
  2. Beschadiging of onderbreking van zenuwweefsel waardoor het elektrische signaal nier naar en door de hersenen getransporteerd wordt. Dit kan voorkomen door b.v. hersenvliesontsteking, ongelukken, beschadiging door lawaai, ouderdom en gebruik van sommige medicijnen.

Aangeboren doofheid

Aangeboren doofheid is bekend bij witte of grotendeels witte honden en katten, vooral in combinatie met blauwe ogen. Vanwege het erfelijke karakter van deze aandoening kan beter niet gefokt worden met dieren die hieraan lijden.

Top

Erfelijkheid

Reeds lang is bij verschillende diersoorten het verschijnsel bekend van een samenhang tussen pigmentafwijking en gehoorstoornissen. Doofheid bij witte katten en honden is voornamelijk gebaseerd op een aangeboren erfelijke vorm, die verbonden is met de genen die verantwoordelijk zijn voor het achtterwege blijven van pigmentatie van de huid (witte dieren). De genetische structuur bij deze pigment- geassocieerde doofheid is noch niet volledig opgehelderd, maar een relatie met melanocyten is vastgesteld.

Melanocyten zijn pigmentcellen die in de huid, haar, iris en op andere plaatsen cellen van pigment voorzien. Deze melanocyten spelen ook een rol in het handhaven van de juiste condities in het slakkenhuis van het binnenoor, daar waar de geluidstrillingen worden omgezet in een elektrisch signaal dat via de zenuwbanen verder naar en door de hersenen getransporteerd kan worden. Honden en katten die de melanocyten missen zullen op de leeftijd van enige weken dan ook doof zijn. Bij albino's zijn wel pigmentcellen aanwezig. Hierbij ontbreekt echter een enzym (tyrosinase) dat nodig is bij de productie van het pigment melanine. Albinisme gaat dan ook niet gepaard met doofheid. Dit is behalve aan de witte vachtkleur ook te zien aan de rode oogkleur, die veroorzaakt wordt door de pigmentloze iris. Dieren met een gepigmenteerd oog vertonen minder vaak doofheid dan dieren met een blauw oog.

De doofheid ontstaat door degeneratie (verval) van de bloedtoevoer van het middenoor (cochlea) op de leeftijd van 3 à 4 weken , vermoedelijk als gevolg van melanocyten-suppressie, een plaatselijk afwezigheid van melanocyten. Het verval van de bloedvoorziening geeft verlies van sensorische haarcellen (die in het slakkenhuis de trillingen omzetten in electrische signalen) en leidt tot doofheid.

De doofheid kan optreden aan een of beide oren. Hoe genetisch de erfelijkheid precies verloopt is niet duidelijk, maar is in elk geval ingewikkelder dan autosomaal recessief. Het wordt gezien bij de witte en merle of piebald genen bij de hond.

Dieren die aan één of twee oren doof zijn moeten van de fokkerij worden uitgesloten omdat dit in beide gevallen op een erfelijke aanleg kan duiden. Ook niet dove dieren kunnen erfelijke drager zijn van genen die doofheid kunnen geven. Als een oudercombinatie (gedeeltelijk) dove jongen hebben voortgebracht, dan is het verstandig om uit sociale en mogelijk juridische overwegingen zowel ouders als jongen niet meer voor de fokkerij in te zetten.

Rassen waarbij erfelijke doofheid voorkomt zijn:

Top

BAER test

Voor het objectief vaststellen van doofheid wordt de BAER- ( Brain stem Auditory Evoked Response ) of BAEP ( Brain stem Auditory Evoked Potentials) test gebruikt. Dit is een elektrodiagnostische test waarin elektrische activiteit wordt geregistreerd op de schedel als antwoord op geluidsimpulsen.

Het gehooronderzoek wordt op de Diergeneeskundige Kliniek te Zeist in een speciale storingsvrije en voor de BAER-test daartoe ingerichte ruimte verricht. De ruimte is zo gelokaliseerd dat de pups niet in de wachtkamer bij andere patiënten behoeven te verkeren. Bij de BAER-test wordt de hersenactiviteit opgewekt doordat het trommelvlies klikgeluiden opvangt. Deze klikgeluiden (1000 kliks per minuut met een sterkte van 70 decibel) worden opgewekt door een machine en hoorbaar gemaakt met een koptelefoontje dat in de gehoorgang van een oor wordt aangebracht.

Geluid wordt in het slakkenhuis in het oor omgezet in electrische pulsen. Deze worden door een zenuw naar de hersenen geleid. In de hersenstam zijn er knooppunten waar de zenuw overschakelt op één of meerdere andere zenuwen op zijn weg naar de gehoorkern in de hersenen. De hierbij optredende hersenactiviteit is op te vangen en na versterking zichtbaar te maken op een scherm of via een schrijver vast te leggen op papier. Dit is vergelijkbaar met een EEG (electro-encephalo-gram) waarbij ook hersenactiviteit wordt gemeten. De elektrische activiteit die bij een horend oor in de hersenen ontstaat wordt afgeleid met op de schedel onderhuidsgeplaatste naaldelektroden (een actieve elektrode onder de oorschelp van betreffende oor, een aardelektrode onder oorschelp van andere oor en referentieelektrode op het midden van de schedel) en geleid naar een speciaal voor dit doel bestemde computer die de gemeten activiteit van alle impulsen verwerkt in een grafiek. De gemiddelde hersenaktiviteit van 1000 geluidsimpulsen wordt weergegeven op het beeldscherm en uitgeprint.

Deze gemiddelde hersenactiviteit vertoont een kenmerkend patroon van 5 pieken. De eerste piek wordt geproduceerd door het middenoor en de oorzenuw en de volgende pieken in de hersenen. Het testresultaat van een doof oor is een hoofdzakelijk vlakke lijn. De metingen van beide oren worden in duplo uitgevoerd, waarvan de resultaten onder normale, ongestoorde omstandigheden vrijwel identiek zijn (zie figuur, de bovenste twee lijnen). Bij de beiderzijds horende hond vertonen de BAERs van beide oren een identiek beeld. Is een hond eenzijdig doof dan zijn de BAERs van die zijde sterk afwijkend (zie figuur, de onderste lijnen zijn van een doof oor). Beiderzijds dove honden hebben BAERs van min of meer vlakke registratielijnen. De geringe registratie bij de zijde van het dove oor van een eenzijdig dove hond is te verklaren doordat het niet dove oor de kliks waarneemt als het dove oor geprikkeld wordt, zodat de hersenen toch worden geprikkeld, maar door het andere, niet geteste oor.

Grafiek BAER-test Figuur:
BAER test van een halfzijdige horende hond

De lijnen a1 en a2 tonen de grfiek van een horend oor. De lijnen b1 en b2 zijn het resultaat van een doof oor.
Elk oor wordt twee maal getest met een geluidsterkte van 70 dB. Is het oor bij deze sterkte niet horend dan wordt de test herhaald met een geluidsterkte van 90 dB.

Kalmering of verdoving is bij een rustig dier en zeker wanneer het een niet- horend dier is meestal niet nodig. Bij een- en tweezijdig horende dieren mag op verzet gerekend worden en is geringe kalmering soms nuttig om storingen tengevolge van bewegingen van de kop en of spriercontractie's te voorkomen.
Optimale response van de baertest mag men verwachten op de leeftijd van 6 weken.

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak