Tanden

Inhoud:

Opbouw van het gebit

Pups worden zonder tanden geboren. Na ongeveer drie weken komen de eerste tandjes door. Dit zijn melktandjes, die later vervangen worden door het blijvende gebit.

Alvorens in te gaan om de details eerst even iets over de benaming van de tanden en kiezen (tezamen gebitselementen of kortweg elementen genoemd). We onderscheiden daarbij de volgende elementen:

  • snijtanden: (Incisivi = I) hiermee kan de hond knabbelen en kleine dingen vasthouden
  • hoektanden: (Canini = C) hiermee heeft de hond houvast op zijn prooi en kan hij vlees scheuren
  • premolaren (=P; valse kiezen): deze worden vaak aangeduid met de code "P" gevolgd door een nummer (P1 is de eerste premolaar, geteld vanaf de hoektanden). De eerste Premolaar, P1, wordt ook wel wolfskies genoemd.
  • molaren (=M; echte kiezen): ook deze worden vaak met een letter en een cijfer aangeduid, b.v. M1.

De M4 uit de bovenkaak tezamen met de M1 uit de onderkaak zijn de scheurkiezen. Dit zijn de grote kiezen, waarmee de hond een prooi verscheurt.

Het melkgebit van pups bevat meestal 28 tanden: 14 in de bovenkaak en 14 in de onderkaak, verdeeld in:
6 snijtanden, 2 hoektanden, 6 premolaren.

Meestal wordt dit in formulevorm weergegeven. Omdat de linker en rechter helft van het gebit gelijk is, wordt dan één helft weergegeven. De formule voor het melkgebit ziet er dan als volgt uit:

Element I C P M
Bovenkaak 3 1 3 -
Onderkaak 3 1 3 -

In elke kaakhelft (zowel links als rechts) zijn dus 3 snijtandjes, 1 hoektand en 3 premolaren. De pup heeft nog geen echte kiezen. Totaal voor de bovenkaak geeft dit 7 x 2 = 14 elementen. Hetzelfde geldt voor de onderkaak.

Vanaf zo'n 3 maanden leeftijd gaan de pups wisselen en het blijvende gebit komt dan langzaam door. De echte kiezen verschijnen dan ook. Het blijvend gebit bestaat meestal uit 42 elementen: 20 bovenin en 22 onderin. In formulevorm:

Element I C P M
Bovenkaak 3 1 4 2
Onderkaak 3 1 4 3

In de onderkaak is dus een premolaar of onechte kies extra.

Bovengenoemde tandformule is de meest voorkomende. Sommige rassen hebben echter meer of minder tanden:

Top

Ontwikkeling van het gebit

Doorkomst van het melkgebit bij pups

Zoals gezegd worden pups zonder gebit geboren. Het doorkomen van het melkgebit gebeurt volgens een vast patroon. De exacte leeftijden kunnen iets verschillen per ras, maar globaal geldt het volgende:

Aangezien de P1 pas tussen de 3 en 4 maanden doorkomen en niet wisselen, worden ze meestal niet tot het melkgebit gerekend.

Melktandjes zijn erg dun en scherp. Zo’n tandje kan tijdens het bijten op een speeltje afbreken. Dat is niet zo erg, omdat deze tandjes toch nog uitvallen.

De ontwikkeling van het volwassen gebit

Het wisselen begint op 3 ½ à 4 maanden leeftijd.  Op ongeveer 6 maanden moeten alle melktanden gewisseld zijn. Zoals uit het schema te zien is, komen er dan nog wel kiezen door en de hond kan dus nog steeds last van zijn gebit hebben. Dit kan zich uiten door knaaggedrag.

De melktandjes vallen uit door het feit dat de nieuwe blijvende tanden ze omhoog en los duwen, en omdat een jonge hond op alles kauwt en kluift. Het is ten zeerste aan te raden de hond tijdens de wisselperiode veel kauwspeeltjes te geven om op te knabbelen zodat de losse tandjes snel uitvallen. Een aantal honden zal echter moeite hebben met hard kluifmateriaal, omdat ze zere tanden hebben.
Ook harde brokjes worden in deze periode soms moeilijker gegeten. Maak ze dan even met lauw-warm water nat.

De blijvende tanden zijn duidelijk breder, groter en sterker dan de melktandjes.

Hoewel er weer rasverschillen kunnen zijn, verloopt het wisselen globaal volgens onderstaand schema:

Element

Wisselperiode

In dagen In weken In maanden
Snijtanden 105 - 125 d 15 - 18 w 3,5 - 4 mnd
Hoektanden 125 - 200 d 18 - 29 w 4 - 6,5 mnd
Premolaren 1 (P1) 110 - 150 d 16 - 21 w 3,5 - 5 mnd
Premolaren 2/3 (P2/P3) 150 - 180 d 21 - 26 w 5 - 6 mnd
Premolaren 4 (P4) 135 - 185 d 19 - 26 w 4,5 - 6 mnd
Molaren 1 140 - 165 d 20 - 24 w 4,5 - 5,5 mnd
Molaren 2 160 - 220 d 23 - 31 w 5 - 7 mnd
Molaren 3 180 - 220 d 26 - 31 w 6 - 7 mnd

Vooral bij kleine rassen (yorkshire, poedel, etc.), maar ook bij andere rassen gaat er bij het wisselen wel eens iets fout. De melktanden blijven dan zitten naast de blijvende tanden: persisterende melktanden. Meestal ziet men dit bij de hoektanden, maar ook bij de andere tanden kan dit fenomeen optreden: een echt “dubbel” gebit dus.

Meestal vallen de melktandjes alsnog uit. Is dit niet het geval dan kunnen ze de blijvende tanden beschadigen en de oorzaak zijn van hun afwijkende stand. Zijn de melktandjes op een leeftijd van 7 à 8 maanden niet weg, dan moeten ze chirurgisch verwijderd worden teneinde het blijvende gebit te beschermen. Bij de hoektanden geldt: zijn de nieuwe langer dan de melk-hoektandjes, dan zal de dierenarts de melk-hoektandjes moeten verwijderen.

Top

Relatie gebit en leeftijd van de hond

Aan de tanden kan men ook ruwweg de leeftijd bepalen van een hond, al is dit niet erg nauwkeurig en sterk afhankelijk van de toestand van het gebit. Honden die veel op harde voorwerpen kauwen zullen een sterk afgesleten gebit hebben, waardoor geen betrouwbare informatie over de leeftijd van het dier te geven is. Honden waarvan het gebit slecht verzorgd wordt, zullen meer aanslag op de tanden hebben en daardoor een sneller verouderend gebit.

Globaal gelden de volgende richtlijnen:

Leeftijd Slijtage aan gebit
1,5 jaar Hoofdlob aan binnentanden van onderkaak afgesleten
2,5 jaar Hoofdlob aan middentanden van onderkaak afgesleten
3,5 jaar Hoofdlob aan binnentanden van bovenkaak afgesleten (wrijfvlakken aan binnen- en middeltanden van onderkaak vierhoekig)
4,5 jaar Hoofdlob aan middentanden van bovenkaak afgesleten
5 jaar Hoektanden vertonen tekenen van slijtage
5,5 jaar Hoofdlob aan buitenste tanden van onderkaak afgesleten (op de wrijfvlakken gele vlek = kern van de tand zichtbaar)
6 jaar Hoofdlob aan buitenste tanden van bovenkaak afgesleten
7 jaar Wrijfvlakken van de binnentanden in de onderkaak omgekeerd ovaal (d.w.z. de grootste doorsnede loopt in de lengterichting van de kop van de hond)
7 - 8 jaar Hoektanden stomper, met zijdelingse indrukken, sterkere tandsteenafzetting
8 jaar Wrijfvlakken van de onderste binnentanden breiden zich uit over het lipvlak
8 - 9 jaar Wrijfvlakken van de middelste tanden in de onderkaak omgekeerd ovaal
9 jaar Alle snijtanden in de onderkaak brokkelen aan het voorvlak af
9 - 10 jaar Wrijfvlakken van de middelste tanden in de bovenkaak omgekeerd ovaal

Hoewel dit schema de slijtage tot 10 jaar leeftijd aangeeft, is het vaststellen van de leeftijd aan de hand van de tanden vanaf 7 jaar leeftijd eigenlijk volledig onbetrouwbaar geworden.

Top

Afwijkingen aan het gebit

Er zijn een aantal al dan niet erfelijke afwijkingen aan het gebit te noemen:

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak