Groeipijn

Groeipijn

dijbeen met groeipijn

(Deels overgenomen van: http://www.huisdierendokter.nl)

Groeipijn (Enostosis) komt meestal voor bij jonge honden van de grotere rassen. Het kan voor het eerst optreden tussen de leeftijd van 4-15 maanden. Over het algemeen groeien honden er overheen zodra ze 18 maanden of ouder zijn. Het is echter een pijnlijke aandoening waar meestal toch wel enige medicatie aan te pas komt. Vooral snelgroeiende grote hondenrassen hebben vaak last van groeipijn, maar ook bij kortbenige rassen zoals de Engelse en Franse Bulldog komt het voor. Verder hebben Duitse herdershonden er vaak last van.

Het ontstaan

De aandoening ontstaat doordat het bot te snel groeit. Dat gebeurt zo intensief dat het lichaam als het ware "vergeet" om het gat in het bot, waardoor voedende bloedvaten naar binnen groeien, tijdig mee te laten groeien. Door dit gat in het bot lopen zowel een ader als een slagader. Slagaders hebben een sterkere wand. Omdat het gat in de wand van het bot zo klein is, drukt de aanvoerende slagader de afvoerende ader dicht. Hierdoor is er wel aanvoer, maar heel weinig afvoer. Een ophoping van bloed in het bot is het gevolg. Het bloes zoekt een andere uitweg, waardoor het beenvlies min of mee van het bot afgedrukt wordt. Omdat het beenvlies het gevoeligste deel van het bot is, veroorzaakt dit dus pijn bij de hond.
Bij een normaal groeiend bot worden de kanalen, waardoor de bloedvaten lopen, groter naarmate het bot groeit. Om deze kanalen te vergroten zorgt het lichaam ervoor dat bot in het kanaal afgebroken wordt. Bij een hond met groeipijn "vergeet" het lichaam dus om bot af te breken.
Groeipijn speelt meestal bij meerder botten tegelijk. De ene dag loopt de hond met een voorpoot kreupel en een paar dagen later loopt deze vervolgens met een achterpoot kreupel.

normaal bot

Bij een normaal bot is er voor de slagader (1) en de ader (2) voldoende ruimte in het voedingskanaal (3), Dit kanaal leidt door de schors van het bot (7) naar de mergholte (6). Het beenvlies (4) zit strak tegen het bot aan.

bot met groeipijn

In geval van groeipijn is er te weinig ruimte in het voedingskanaal (3) voor de slagader (1) en ader (2). Hierdoor treedt stuwing op in de ader in de mergholte (6), waardoor er oedeemvorming optreedt (8), wat het beenvlies (4) lostrekt van het bot (7).

Onderzoek

Groeipijn kan zich in vele vormen uiten, waarbij de intensiteit van de klachten kan wisselen in de tijd. Ook kan het dan eens in het ene en dan eens in het andere bot optreden. Meestal loopt de hond kreupel, vaak wisselend, zonder aanwijsbare oorzaak. Soms wil de hond helemaal niet lopen, heeft koorts en eet niet of slecht.
Tijdens een onderzoek bij de diernarts valt vaak op dat de hond gevoelig is aan meerdere gewrichten, vooral bij overstrekken en buigen. Ook de lange botten (spaakbeen, scheenbeen), zijn vaak gevoelig als erop gedrukt wordt.
Op een röntchenfoto is groeipijn vaak wel zichtbaar, maar niet altijd en ook sluit het niet uit dat er eventuele andere aandoeningen tegelijk voorkomen.

normaal dijbeen

Op een röntgenfoto is de aandoening duidelijk herkenbaar.

Foto links: Normaal heeft het bot een hele mooie "beschuit structuur".

Foto rechts: Door groeipijn aangetast bot ziet eruit als een vlekkerig beeld van het beenmerg (binnenholte van het bot).

dijbeen met groeipijn

Behandeling

Behandeling bestaat meestal uit het rustig houden van het dier, gecombineerd met ontstekingsremmers/pijnstillers. Deze ontstekingsremmers (NSAID's = Non Steroidal Anti Inflammatoire Drugs) hebben een tweeledige werking:

  1. Tijdens het proces van loslaten van het beenvlies komen er stoffen vrij, die een ontstekingsachtige reactie geven en de zenuwen van het beenvlies prikkelen. Dit veroorzaakt pijn bij de hond. De ontstekingsremmers verminderen deze ontstekingsreactie en daarmee de pijn.
  2. De ontstekingsachtige reactie veroorzaakt ook meer doorbloeding en zwelling. Bij een toch al te nauwe doorgang voor de bloedvaten vermeerdert dit de pijn. Door deze reactie te verminderen neemt de pijn af.

Er worden ook wel natuurlijke middelen gebruikt, die de vorming van het bot en de bloedsomloop stimuleren.

Preventie

Naast symptoombestrijding kan ook preventief het nodige gedaan worden. Er is een directe relatie vastgelegd tussen groeipijn en een verkeerde verhouding calcium - vitamine D. Met name de hoeveelheid in grammen per energie-eenheid is van belang. Vaak wordt geadviseerd om over te gaan op voeding voor volwassen honden, omdat daar relatief minder calcium en vitamine D in zit. De energiehoeveelheid per 100 gram is echter ook lager. Als de hond dus gewoon zijn portie benodigde energie binnen krijgt, neemt hij misschien nog wel meer calcium en vitamine D op. De problemen nemen dan eerder toe dan af! Een teveel aan calcium en vitamine D kan bovendien OCD en andere gewrichtsaandoeningen veroorzaken. Beter is het dus om een puppy-/jonge-honden voeding te voeren die speciaal bedoeld is voor grote snelgroeiende rassen. Deze kan gegeven worden tot de meeste groei geweest is. Bij middelgrote rassen zal de meeste groei op een maand of 9 leeftijd wel geweest zijn, maar bij grote rassen kan dat dus betekenen dat je tot ruim een jaar puppy-/jonge-honden-voeding geeft! Een BARF- of vers-vlees dieet zou naar zeggen groeipijnen ook kunnen voorkomen, omdat de calciumbronnen in deze voeders uitermate goed afgestemd zijn op de behoefte van het dier.

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak