Heupen

Inhoud

Heupen:

Afwijkingen aan de heup: Beoordelingsmethoden:

(informatie overgenomen van: http://www.huisdierendokter.nl en Raad van Beheer op Kynologisch Gebied)

Top

Bouw van de heup

Bij een goed gevormd heupgewricht bestaat deze uit een kop die draait in een kom. De gladde, bolronde kop van het dijbeen draait in een diepe kom van het bekken. De kop wordt op zijn plaats gehouden door een stevig gewrichtskapsel en omringende spieren.

Huisdieren die voldoende beweging tijdens het opgroeien hebben gehad, zullen minder last hebben van HD, omdat de spieren en kapsels sterker zijn. Hierdoor blijft de kop beter in de kom zitten.
Doordat de kop kan draaien in de kom kan uw huisdier zich voortbewegen. Bij het draaien moet de kop wel goed aansluiten in de kom. Deze stevige aansluiting van de kop in de kom is niet alleen noodzakelijk voor een goede functie van het gewricht, maar is ook noodzakelijk voor een normale ontwikkeling van het gewricht van jonge, nog groeiende honden.

Top

HD = Heup Dysplasie

HD is een afwijking aan de heupgewrichten. Het is een verzamelnaam voor veel verschillende dingen. Het kunnen botwoekeringen of artrose zijn, maar ook ondiepe kommen, onregelmatige koppen, slechte aansluiting tussen kop en kom, etc. In de onderstaande figuurtjes worden verschillende vormen uitgelegd.
De aandoening is er in verschillende gradaties. In lichte gevallen heeft de hond nauwelijks last en merk je het wellicht pas als je de hond laat testen. In het ergste geval kan de kom (bijna) weg zijn! De hond loopt dan meestal erg slecht en kan bij de minste zijwaartse druk omvallen. Er zijn echter ook honden met ernstige HD, waaraan dit niet te zien is. Vaak vangen deze dieren veel op met sterk ontwikkelde spieren.

Goede heup, de kop (a) sluit goed aan in de kom (b)

Slechte aansluiting van de kop in de kom

Een vlakke kop met een slechte aansluiting in een ondiepe kom

De kop sluit matig aan in de ondiepe kom. Botwoekeringen rond de kop en de kom

De nieuwste inzichten geven aan dat HD zich vaak ontwikkeld als de aansluiting tussen kop en kom slecht is. Hierdoor is er speling in het gewricht. Deze speling kan slijtage teweeg brengen, die onder de categorie HD valt. Een goede heup heeft weinig speling en is dus weinig vatbaar voor slijtage. Een slechte heup kan door een sterk spierkorset zodanig gefixeerd worden, dat HD zich niet of nauwelijks kan ontwikkelen. Een goede spieropbouw door middel van de juiste beweging is dan een zeer belangrijk!

Top

Symptomen

Huisdieren met HD kunnen hiervan ernstige hinder ondervinden. Dit ontstaat meestal rond de leeftijd van zo'n 8 maanden. Het wordt daarna dan steeds ernstiger. Door de botwoekeringen kan het zeer pijnlijk zijn. De symptomen zijn:

Niet alle honden met HD vertonen deze symptomen. Er zijn ook honden waaraan bijna niets te zien is. Dit komt doordat in die gevallen de hond door een zeer goede bespiering het minder functioneren van zijn heupen kan opvangen. Vooral als er nog weinig botwoekeringen of ongeregeldheden in het gewricht zijn, hoeft de hond er geen pijn aan te hebben en zal hij dus weinig symptomen vertonen.

Top

Voorkomen

HD is voor een groot deel erfelijk, maar er zit ook een milieu-factor in. Zo kan verkeerde voeding (b.v. teveel kalk!) de aandoening in de hand werken of overmatige belasting (b.v. teveel trappenlopen in hoog tempo). Vaak wordt gesteld, dat een hond die geen aanleg heeft ook niet snel HD zal krijgen. Andersom geldt echter dat een hond met aanleg voor HD dit niet of niet heel erg hoeft te krijgen als je zorgt voor juiste voeding, juiste beweging, etc.

Zoals gezegd is HD voor een groot deel erfelijk bepaald. Er wordt daarom bij de fokkerij goed op gelet. De meeste rasverenigingen stellen op dit punt eisen aan de ouderdieren. Vroeger dacht men dat HD alleen bij grote honden voorkwam, maar tegenwoordig zijn ze erachter dat het ook veel bij kleine honden voorkomt. Die hebben er echter meestal nauwelijks last van, dus is het daarbij nooit opgevallen en heeft men er dus ook niet op getest.

Algemene adviezen ter voorkoming van HD:

Top

Behandeling

Behandeling van HD is een lastig verhaal. Misvormingen van de heupgewrichten kunnen, eenmaal aanwezig, niet meer ongedaan worden gemaakt. Een behandeling zal dan ook vooral gericht zijn tegen verdere botwoekering, ondersteuning spieren, pezen en pijn. Er zijn diverse middelen in de handel die artrose stoppen of zelfs verminderen. Deze middelen kunnen uitgeprobeerd worden bij milde vormen van HD. Niet alle middelen zijn werkzaam en niet alle honden zijn gevoelig voor de middelen. Het is dus een kwestie van uitproberen. Indien een middel aanslaat kan een verbetering van de situatie bereikt worden, maar totale genezing is over het algemeen niet mogelijk. De behandeling moet meestal permanent worden toegepast en de middelen zijn meestal niet goedkoop.

Indien de middelen niet aanslaan kan eventueel overgegaan worden tot het geven van pijnstillers. De hond heeft dan minder pijn aan de gewrichten en zal daardoor vaak (maar niet altijd) wat vrolijker en actiever worden. De aandoening wordt er echter niet minder van.

Bij bepaalde vormen van HD is operatie mogelijk. Ook daarbij zijn verschillende mogelijkheden. Indien de heupkop niet goed in de kom aansluit, kan een bekkenkanteling worden verricht. Deze operatie is meestal alleen succesvol bij jonge honden. De kosten zijn hoog en gedurende de revalidatietijd zal men veel aandacht aan de hond moeten schenken en hem in het begin goed rustig moeten houden. Bij kleine honden kan ook overgegaan worden tot het geheel verwijderen van de heupkop. De poot kan daarna vrij normaal gebruikt worden door de hond, omdat de spieren een deel van de functie overnemen.

Vooral honden met een milde vorm van HD, dus met weinig tot geen symptomen van pijn en met weinig tot geen botwoekeringen die beweging pijnlijk kunnen maken, is beweging van groot belang. Hoe beter de bespiering, des te minder slijtage er zal optreden in het gewricht. De spieren zorgen er dan voor dat het gewricht goed in elkaar blijft zitten. Vooral rechtlijnige bewegingen zoals fietsen zijn dan uitermate geschikt om deze spieren op te bouwen. Fietsen is echter alleen nuttig als de hond in draf gaat. Als honden hun poot ontzien en daardoor zeer snel overgaan in galop heeft fietsen weinig zin.
Afhankelijk van de ernst van de aandoening kunnen honden met HD tot op hoge leeftijd nog vrij actief zijn. Het is een kwestie van goed op de hond letten, hem wel voldoende beweging geven, maar zorgen dat hij zich niet overbelast.

Algemene adviezen voor honden met HD:

Top

Röntchentest voor HD

Om te testen op HD moeten honden minstens 1,5 jaar oud zijn, dus volgroeid. Eerder testen kan wel, maar de hond kan dan nog veranderen. Dus als hij dan geen HD heeft, wil dit niet zeggen dat hij het ook niet heeft als hij volwassen is. Volwassen honden die vrij van HD zijn, zullen het niet snel krijgen. Wel kan er lichte artrose optreden op oudere leeftijd of kunnen ze HD krijgen als gevolg van Een ongeluk.

Om honden te testen op HD wordt een röntchenfoto van de heupen gemaakt. Recent is de waardering gelijk getrokken aan de internationale waardering. De Nederlandse beoordeling is hierdoor iets minder streng geworden.
De honden worden in een lichte narcose (roesje) gebracht. Dan worden ze op hun rug gelegd met de achterpoten gestrekt naar achteren. Vervolgens wordt in deze houding een röntchenfoto gemaakt van de heupen (vroeger werden er twee foto's gemaakt, ook nog een met de poten naar voren, maar dat hoeft niet meer). De foto wordt naar de WK-Hirschstichting gestuurd, die de officiële beoordeling ervan doet. Enkele weken na betaling van de acceptgiro krijg je de uitslag thuis. Daarop staat een totaalbeoordeling, dit is een van de volgende termen:

Met HD-A en HD-B honden mag je altijd fokken, die worden als HD-vrij beschouwd. Voor sommige rassen met een smalle fokbasis wordt ook het fokken met HD-C honden toegestaan. Meestal kan dit alleen in overleg met de rasvereniging.

De genoemde beoordeling is een "totaalscore". In het officiële rapport staan op bepaalde punten wat details, zoals bijvoorbeeld:
Norbergwaarde: Dit is een meting van een bepaalde hoek en het geeft de mate aan waarin de kop in de kom zit. Normaal is een Norbergwaarde van 30. Lagere waarden betekenen dat de kop niet zo ver in de kom zit. Hogere waarden zijn niet per definitie goed, ook dan kan de hond nog HD hebben.
Botafwijkingen:Op de uitslag staat er ook nog een beoordeling of er botafwijkingen waren. Er is een rechtstreekse koppeling tussen de totaaluitslag en de ernst van de botafwijkingen. Botafwijking 1 (zeer lichte botafwijkingen) is meestal niet iets om je druk over te maken. De natuur is niet altijd zo "gladjes". Ze leiden echter wel tot de beoordeling HD-B. Botafwijking 2 (lichte botafwijkingen) leidt tot een beoordeling HD-C en botafwijking 3 (ernstige botafwijkingen) leidt tot de beoordeling HD-D.
Vormverandering: De aanduiding "vormverandering" betekent meestal dat de voorste rand van de heupkom wat is afgevlakt. Als dit de enige aanmerking op het gewricht heeft, is dit niet van doorslaggevende betekenis.
Aansluiting:Tenslotte wordt er iets gezegd over de aansluiting kop-kom. Dit geeft aan hoe goed de kop rond de kop aansluit. Hoe beter dit is, hoe minder "speling" er in het gewricht zit. De aansluiting kan voldoende zijn (dan staat er niks) of onvoldoende of slecht zijn. Ook dit kenmerk is niet van doorslaggevende invloed, maar telt slechts mee in het geheel.

Top

Norbergwaarde

De Norbergwaarde is een meting die bepaalt hoe diep de koppen in de kommen zitten. Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarden van het betreffende gewricht.De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.
Een "standaard" heup zou Norbergwaarde 30 moeten hebben. Maximumwaarde is 40. Als minimumwaarde wordt soms wel 25 genoemd.






Top

Oude en nieuwe beoordeling

Sinds enkele jaren wordt in Nederland niet meer de klassificering HD-, HD-tc, HD-±, HD-+ en HD-++ gehanteerd, maar de internationale FCI-beoordeling met letters van A t/m E. Formeel is dan HD- gelijk aan HD-A, HD-tc gelijk aan HD-b etc. In de praktijk blijkt echter dat de beoordeling wat soepeler is geworden en dat een hond eerder in de categorie HD-A valt dan vroeger in de categorie HD-. In onderstaande tabel staat ongeveer hoe de oude en nieuwe beoordeling zich verhouden:

Oude beoordeling
NL
Nieuwe beoordeling
NL = FCI norm
Opmerkingen
HD - HD A honden zonder botafwijking, niet te lage Norbergwaarde, evt. onvoldoende aansluiting
HD tc
HD B evt. met zeer lichte botafwijking (botafw. 1)
HD ±
HD C met lichte botafwijking (botafw. 2)
HD +
HD D met ernstige botafwijking (botafw. 3)
HD ++ HD E ernstige afwijkingen

Top

Buitenlandse HD-beoordelingen

KC/BVA Hip Dysplasia Scheme

In Engeland en Australië wordt een eigen heup dysplasie beoordelingsschema uitgevoerd door de British Veterinary Association (BVA) in samenwerking met de UK Kennel Club (KC). Dysplasie betekent abnormale ontwikkeling en in het geval van heupen betekent het abnormale ontwikkeling van de heupen. De mate waarin heup dysplasie aanwezig is wordt uitgedrukt in een score die per heup wordt gegeven. De heup-score is de som van de punten die toegekend worden aan elk van negen aspecten van de röntgen foto van beide heupen. De minimum score is 0 en de maximale score is 106 (53 voor elke heup). Hoe lager de score, hoe minder heup dysplasie aanwezig is (dus hoe beter de heup). De minimale leeftijd voor de heupscore is één jaar en elke hond is slechts eenmaal beoordeeld met dit schema. Voor een meer gedetailleerde uitleg over deze score procedure kan de volgende link gebruikt worden: www.bva.co.uk/chs.

Vergelijking buitenlandse HD-beoordelingen

Er zijn meer landen met van de FCI afwijkende heup-beoordelingen. In onderstaande tabel worden ze weergegeven en vergeleken.

FCI (NL) oud FCI (NL)
nieuw
FCI (Europa) BVA * (UK, Aus) SV (Duitsland) OFA (USA) Zweden Zwitser-
land
HD -
Negatief
A A-1 (1) (-)
Negatief, geheel gaaf
0-4 (normal) Normal E=excellent Utmarkt Frei
A-2 (2) (-)
Negatief, niet geheel gaaf
5-10 (normal) Normal G=good U.A.
HD tc
Transitional case
B B-1 (TC) 11-18 (transitional) Normal F=fair I I
B-2 (TC) 19-25 (borderline HD) Fast Normal B-borderline
HD ±
Licht positief
C C-1 (3) (LP/±) 26-35 (mild HD) Noch Zugelassen M=mild II II
C-2 (3) (LP/±)
HD +
Positief
D D-1 (3.5) (P/+) 36-50 (moderate HD) Mittlere Mod=moderate III III
D-2 (3.5) (P/+)
HD ++
Positief optima forma
E E-1 (4) (P/++) Positief 51-106 (severe HD) Schwere S=severe IV IV
E-2 (5) (P/+++)
Positief optima forma

Top

PennHIP Distractie Index (DI)

Bij de traditionele röntgenfoto ter beoordeling van HD wordt de hond op de rug met de poten gestrekt naar achteren gefotografeerd. In deze positie is goed te zien of er botwoekeringen zijn en of de heupkoppen en kommen gaaf zijn. Wat minder goed te zien is, is in hoeverre de kop en kom goed aansluiten en met name hoe strak deze aansluiting is. En zoals eerder is aangegeven is deze strakke aansluiting een voorwaarde voor een minimale slijtage van het gewricht en dus voor goede heupen.

In de USA is een methode ontwikkeld, die een goede indicatie geeft voor het de kans dat HD zich zal ontwikkelen: de PennHIP methode (Pennsylvania Hip Improvement Program). Tijdens het PennHIPonderzoek wordt de hond zodanig gepositioneerd dat de zogenaamde hip laxity gemeten kan worden. Deze laxity geeft aan hoe strak de kop en de kom van het heupgewricht in elkaar zitten. Zitten de kop en de kom niet strak genoeg in elkaar, dan ontstaat er een abnormale beweeglijkheid in het heupgewricht waardoor het gewricht beschadigd en vervormd raakt, kortom er ontstaat heupdysplasie. Voor dit onderzoek wordt ook gebruik gemaakt van röntgenfoto's, waarvoor de hond volledig onder narcose moet. Met behulp van een zogenaamde distractor wordt tijdens de opname de kop maximaal uit de kom gedrukt (zie foto 1). Door deze opname te vergelijking met een foto waarbij de kop en de kom juist in elkaar gedrukt worden (zie foto 2.), kan de zogenaamde distractie index berekend worden. Deze distractie index blijkt een goede maat te zijn voor de kans op het ontstaan van HD op latere leeftijd. Een derde foto wordt gemaakt in de meer traditionele positie met de poten gestrekt naar achteren. Deze foto wordt gebruikt om eventuele botafwijkingen te kunnen beoordelen.


positie 1, waarbij de kop en kom maximaal uit elkaar geduwd worden

positie 2, waarbij de kop maximaal in de kom gedrukt wordt

Distractie Index

Voor het nemen van de PennHip foto's is het van belang dat het dier volkomen ontspannen op tafel ligt. Dit lukt alleen als het onderzoek onder algehele narcose uitgevoerd wordt. Er worden in totaal drie rontgenfoto's genomen die vervolgens in Amerika beoordeeld worden.
De kosten van het onderzoek bestaan uit de kosten van de narcose, het nemen van de drie foto's, de verzendkosten naar de Philadelphia en de beoordelingskosten door de Universiteit van Pennsylvania.

De uitslag van het PennHIP onderzoek is vertrouwelijk en wordt alleen aan de dierenarts en de eigenaar van de hond toegestuurd in de vorm van de distractie index (DI). De DI is een getal tussen 0 en 1, waarbij 0 betekent zeer strakke heupen en 1 staat voor een erg los heupgewricht. De DI is eigenlijk het percentage dat de kop uit de kom geduwd kan worden. Een DI van 0,58 betekent bijvoorbeeld dat de kop 58% uit de kom geduwd kan worden.In de figuur wordt dit schematisch aangegeven. DE rode punt geeft de oorspronkelijke positie van het middelpunt van de kop. De gele punt markeert het centrum in uitgeduwde positie. De afstand, waarover de kop verschoven kan worden (d), zal verschillen tussen grote en kleine rassen. Om hiervoor te compenseren wordt deze afstand gerelateerd aan de diameter van de kop (r). De DI is nu d/r.
Onderzoek heeft aangetoond dat honden met een lage DI een kleinere kans op HD hebben dan soortgenoten met een hogere DI. Voor een aantal rassen is zelfs een DI vastgesteld waar beneden geen HD gevonden wordt! Globaal kan gesteld worden dat honden met een DI van 0,3 of lager doorgaans geen HD ontwikkelen.
In de PennHIP database komen inmiddels 170 rassen voor. In Amerika is de belangstelling voor deze methode van HD-onderzoek de laatste jaren sterk gegroeid. Een aantal organisaties gebruikt de PennHIP methode inmiddels als officiële test op heupdysplasie bij fokhonden (American Kennel Club, Japan Kennel Club). In Nederland is deze methode echter nog niet erkend.

Het PennHIP onderzoek kan worden uitgevoerd bij honden vanaf een leeftijd van 16 weken. Dit geeft voor fokkers als extra voordeel dat al op jonge leeftijd bepaald kan worden of het dier als fokhond aangehouden kan worden. Het voordeel voor de hondeneigenaar is dat, ingeval van een HD gevoelige hond, tijdig maatregelen in de vorm van aangepaste leefstijl, voeding etc. genomen kunnen worden.

Top

Traditionele HD-foto's of PennHIP?

Herhaalbaarheid beoordelingsmethoden heupkwaliteit
Beoordelings-methode 4 vs 24
maanden
12 vs 24
maanden
Subjectieve klasses (OFA) 0,08* 0,39
Norberg Waarde 0,51 0,78
Distractie Index (DI) 0,85 0,91

* statistisch niet significant (p>0,05)

Herhaalbaarheid metingen

In hoeverre heeft de PennHIP methode een relatie met de gangbare HD-uitslagen? Helaas blijkt de relatie niet zo groot te zijn. Honden die een slechte HD-uitslag volgens de traditionele methode hebben, kunnen een goede Distractie Index (DI) hebben en andersom. Wat zegt dit nu over de waarde van de meetmethodieken? Van de traditionele HD-foto's is uit de praktijk bekend dat een herhaald onderzoek soms een totaal andere uitkomt kan hebben. Hoe zit dat met de PennHIP methode?

In de tabel staat het resultaat van een vergelijkend onderzoek dat is gedaan naar de herhaalbaarheid van 3 verschillende meetmethodieken. Twee ervan zijn gebaseerd op de traditionele röntgenfoto van de gestrekte heup, namelijk de Norberg-hoekmeting en de OFA-beoordeling. Deze laatste is de subjectieve beoordeling in 7 klassen (Excellent, Good, Fair, Borderline, Mild HD, Moderate HD, Severe HD), te vergelijken met de 5 klassen van de FCI-HD-indeling. Als derde methode is de PennHIP Distractie Index (DI) bepaald.

In de tabel staat de herhaalbaarheid van de methode uitgedrukt als intra-klasse correlatie coëfficiënt (ICC), een statistische methode die bepaalt in hoeverre groepen gegevens vergelijkbaar of "hetzelfde" zijn. Hoe dichter de ICC bij 1 komt, des te groter is de vergelijkbaarheid tussen de groepen. Als de ICC dicht bij 0 ligt is er weinig tot geen relatie tussen de groepen.
De traditionele methode heeft een ICC van 0,08, hetgeen zeer laag is. Dit betekent dat een bepaling op 4 maanden leeftijd zo goed als zeker een andere uitkomst geeft als een bepaling op 12 maanden leeftijd. Op 4 maanden leeftijd is deze methode dus erg onbetrouwbaar. DIT komt overeen met de richtlijnen, waarin men stelt dat HD-foto's pas op zijn vroegst op 12 maanden leeftijd gemaakt moeten worden om met enige zekerheid een uitsprak te kunnen doen. De vergelijking op 12 en 24 maanden leeftijd geeft echter nog steeds een lage ICC, hetgeen aangeeft dat ook een bepaling op 12 maanden leeftijd niet erg betrouwbaar is.
De Norbergwaarde scoort wat dit betreft beter. De vergelijking op 4 en 12 maanden is nog vrij laag, maar de bepaling op 12 maanden leeftijd heeft een redelijke kans om dezelfde uitkomst te geven als een bepaling op 24 maanden leeftijd.
De DI heeft echter de grootste correlatie. Een bepaling op 4 maanden vertoont al grote gelijkenis met een bepaling op 12 maanden leeftijd en tussen 12 en 24 maanden leeftijd is de herhaalbaarheid van de methode nog groter.

Dit onderzoek geeft een antwoord op de vraag in hoeverre je erop kunt vertrouwen dat bij herhaling van een onderzoek ook dezelfde uitslag uit de bus komt. De traditionele beoordeling blijkt zeer onbetrouwbaar te zijn, terwijl de PennHIP methode een grote mate van betrouwbaarheid in uitkomst te zien geeft. Praktisch gezien betekent dit dat wanneer een hond op 12 maanden een goede beoordeling van de heupen krijgt er een gerede kans is dat op 24 maanden blijkt dat dit onterecht was. De Norbergwaarde scoort beter als het gaat om de herhaalbaarheid, mits die niet op 4 maanden al bepaald wordt. De distractieindex blijkt in dit onderzoek de grootste voorspellende waarde te hebben. Op 4 maanden scoort de DI zelfs beter dan de Norbergwaarde op 12 maanden. Dat is de reden dat het PennHIP-onderzoek al vanaf 4 maanden kan plaatsvinden. De getallen geven ook aan dat 100% betrouwbaarheid niet haalbaar is, zelfs niet met een PennHIP-onderzoek op 12 maanden. Biologie is namelijk geen wiskunde.

Erfelijkheid HD

Uit Amerikaans onderzoek komt naar voren dat de erfelijkheid van de heupkwaliteit, zoals beoordeeld volgens de OFA klasses, gemiddels slechts op 0,26 uitkwam. Dit is erg laag, hetgeen betekent dat selectie op basis van deze klasse-indeling weinig voortgang zal boeken in het uitbannen van HD. Indien echter de PennHIP methode gebruikt werd, bleek de erfelijkheid van de heupkwaliteit veel hoger uit te komen, nl. 0,64. Dit betekent dat selectie volgens dit kenmerk veel eerder zal leiden tot nageslacht met gezonde heupen.

Conclusie

Concluderend kan gesteld worden dat de PennHIP methode veel betrouwbaardere heupbeoordelingen geeft dan de traditionele HD-beoordeling volgens het A t/m E klasse-systeem. Ook heeft de PennHIP methode als groot voordeel dat reeds op zeer jonge leeftijd (16 weken) bepaald kan worden of een dier waarde heeft voor de fokkerij. Het op deze jonge leeftijd beoordelen van een hond heeft als bijkomend voordeel dat vroeg begonnen kan worden met gerichte therapie indien uit de meting komt dat de DI hoog is en de kans op ontwikkeling van HD dus ook groot is.

Waarom wordt deze methode dan nog niet algemeen toegepast? Allereerst zal dit met gevestigde orde te maken hebben, die altijd tijd nodig heeft om een wijziging doorgevoerd te krijgen. Daarnaast zijn erop dit moment nog weinig dierenartsen in Nederland die gekwalificeerd zijn om deze methode uit te voeren.

Meer over PennHIP is te vinden op de (engelstalige) website http://www.pennhip.org.

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak