Huid - Parasitaire huidaandoeningen

Inhoud

Top

Demodex - Jonge Honden schurft

demodex mijt

Demodex (canis) is een mijt die bij jonge honden schurft of demodicose veroorzaakt. De oorzaak ligt dan vaak in een verminderde weerstand of hormonale veranderingen. Dit laatste kan verklaren waarom het vaak bij jonge honden tussen 6 en 9 maanden leeftijd optreedt. Heel af en toe zien we demodex bij oudere honden. De Demodex-mijt is gemakkelijk te herkennen. De dierenarts zal daartoe een schraapsel van de huid onder de microscoop bekijken (bij de Shar-pei blijken de mijten vaak moeilijk te vinden in het huidafkrabsel). De demodex mijt maakt deel uit van de normale huidflora en komt dus bij alle gezonde honden op de huid voor. De aantallen zijn echter gering, waardoor ze geen klachten veroorzaken. Demodex gaat pas problemen veroorzaken, als de mijten in aantal toenemen in haarfollikels en talgklieren. Er bestaan twee vormen van demodicosis: lokale en gegeneraliseerde.

lokale demodex

Lokale demodicosis

Dit is de meest bekende vorm. We zien enkele of soms maar één kale plek, vaak rond de ogen of op de voorpoten. De huid kan wat schilferig zijn. De dieren hebben niet of nauwelijks jeuk.
Bij deze lichte vorm van demodex treedt in 90% van de gevallen spontaan genezing op. Er wordt wel aangeraden de weerstand van de dieren te verhogen met vitamine-preparaten of met kruidenmiddelen (Echinacea purpurea, wat weerstandsverhogend werkt). Veel puppen groeien dan over het probleem heen. Ook wordt aangeraden de dieren essentiële vetzuren te geven, met name een combinatie van omega3/omega6 vetzuren.
lokale demodex Bij iets ernstigere vormen of als de plekken zich uitbreiden worden vaak Amitraz-wassingen (Ectodex®) voorgeschreven (niet bij de Chihuahua). Vanwege de bijwerkingen zijn er ook dierenartsen die dit afraden en slechts toepassen als geen andere middelen werken. In plaats hiervan kan ook Pyrethrine (Defencare®) gebruikt worden om de mijten te bestrijden (1 - 3 x wassen met tussentijd van 1 week). Het middel is niet officieel geregistreerd voor demodex, wel voor vlooien en luizen, maar er zijn wel positieve ervaringen mee en het middel is veiliger dan Amitraz.
De vacht rondom de plekken kan het beste ruim weggeschoren worden. De therapie moet vrij lang volgehouden worden, maar dan zijn de vooruitzichten goed en volledig herstel wordt bereikt zonder littekenvorming.

Amitraz (verkoopnaam: Ectodex®)
Bijwerkingen: slaperigheid, apathie, gebrek aan eetlust, circa 12 - 36 uur na de behandeling. Tevens kunnen optreden: diarree, braken, jeuk, veel plassen, nauwe pupillen, trage hartslag, bloeddrukdaling, trage ademhaling, ondertemperatuur, ataxie, darmverlamming, verhoogde suikerspiegel, krampen, dood. Niet zozeer de dosis maar de overgevoeligheid van de patiënt bepaalt het wel of niet optreden en de ernst van de bijwerkingen.
Bijwerkingen bij de behandelaar: huidontsteking, hoofdpijn en ademhalings-moeilijkheden.
Gebruik van dit middel dient daarom in een goed geventileerde ruimte plaats te vinden. Voordat men begint moeten de ogen van de hond met Vitamine-A oogzalf behandeld worden ter bescherming. Verder kan men het beste handschoenen dragen.

Gegeneraliseerde demodicosis

In ernstige gevallen treden veel huidinfecties op en is er sprake van jeuk. De hond kan een zieke indruk maken, soms met koorts. We zien dan bijna een volledig kale huid bezaaid met korstjes, schilfers en etterende pukkels. Ook kunnen diepe huidontstekingen ontstaan die bij aanraking erg pijnlijk zijn. Er is vaak een onderliggende oorzaak voor het uit de hand lopen van de Demodicosis, bijvoorbeeld een immuunstoornis, diabetes, lever- en nierstoornissen.
Behandeling richt zich op de ontstane huidontstekingen (zie bij bacteriële huidaandoeningen). Verder moet de mijt bestreden worden door wekelijkse wassingen (zie hierboven). Daarbij kan men het beste de hond eerst wassen met een antibacteriële shampoo, omdat het mijtdodende middel daarna beter tot de haarfollikels kan doordringen. Bij langharige rassen wordt aanbevolen de hond te scheren. Recentelijk is een nieuw middel op de markt gekomen dat met een pipet tussen de schouderbladen aangebracht moet worden. Dit bestaat uit een combinatie van imidacloprid en mixidectine. De (bij)werking hiervan is nog niet goed bekend. Gegeneraliseerde demodex Een andere behandeling bestaat uit het toedienen van een Ivermectine preparaat ter bestrijding van de mijten én ter verhoging van de weerstand. Dit kan via druppels in de nek (1-3 x spot-on in de nek met tussentijd van 3 - 4 weken) of gedurende 3 - 8 maanden via de mond. Dit mag niet aan Gegeneraliseerde demodex Shelties, Schotse Herders, Border Collies, Bobtails, veel herderachtigen en kruisingen met deze rassen toegediend worden, omdat deze hiervoor een overgevoeligheid hebben, die fataal kan aflopen. Nadeel van dit middel is verder dat het veel bijwerkingen heeft (neurologisch, braken, diarree, nauwe pupillen, verwarring, ataxie, overgevoeligheid voor geluiden, zwakte, coma en dood).
Bij jonge honden kan na langdurige behandeling herstel optreden, maar bij volwassen honden zijn de vooruitzichten over het algemeen slecht.

Fokkerij

Over het algemeen wordt afgeraden te fokken met dieren die ernstige vormen van demodicosis gehad hebben, omdat de kans groot is dat het nageslacht de gevoeligheid voor deze aandoening erft. Bij lichte vormen van demodex is er geen reden om niet met deze dieren te fokken.

Top

Scabiës - Hondenschurft

schurftmijt

Er zijn meerdere soorten schurftmijten bekend, die bij honden voor veel jeuk en irritatie kunnen zorgen. De belangrijkste is de mijt Sarcoptes canis, verantwoordelijk voor "gewone" hondenschurft ofwel scabiës. De levenscyclus van ca. 3 weken speelt zich geheel af op en in de huid van de hond, waarbij vooral de volwassen vrouwelijke mijten uitgebreid tunneltjes graven in de opperhuid. Dat heeft twee belangrijke gevolgen:
Ten eerste ontstaat door deze levenswijze van de mijten extreem veel jeuk. Honden met scabiës zijn dan ook de hele dag bezig met krabben en bijten. De verschijnselen beginnen vaak aan de oren, de kop of op de huid aan de buitenzijde van de poten, maar kunnen zich makkelijk over het hele lichaam uitbreiden. Door het voortdurend krabben en bijten ontstaan verwondingen van de huid, die kunnen gaan ontsteken.
Ten tweede is het soms erg moeilijk om de mijten aan te tonen, zodat het stellen van de diagnose scabiës wel eens voor problemen zorgt. Het kan dan ook gebeuren dat een dierenarts die de aanwezigheid van scabiës vermoedt maar de diagnose niet kan bevestigen, kiest voor een zogenaamde diagnostische therapie en dus gaat behandelen tegen schurft.

hond met schurft

Scabiës is een zoönose (een ziekte die van dier op mens kan overgaan): in 30-50% van de gevallen waarin een hond besmet is met de Sarcoptes-mijt zal een of meer van de huisgenoten ook last hebben van jeukende plekjes op de huid. Dit is ook afhankelijk van de mate van lichamelijk contact met de hond. Voor andere honden is de besmettelijkheid echter veel groter: vrijwel 100%. Naast de hond en de mens kunnen ook katten geïnfecteerd raken. Bij mensen kunnen al 24 uur na besmetting de eerste verschijnselen optreden, meestal rode jeukende bultjes op de buik en armen. Als geen herbesmetting optreedt verdwijnen deze bultjes na 14 dagen spontaan. Afhankelijk van de temperatuur en luchtvochtigheid kunnen de mijten enkele dagen tot weken buiten de gastheer overleven. Bij sterke infecties is het daarom aan te bevelen behalve het dier ook de omgeving te behandelen met een permethrin spray.

De aandoening is goed te behandelen middels het toedienen van selamectine spot-on (Stronghold®) op de patiënt en de contactdieren. Er vindt verspreiding plaats via de talgklieren. Daarnaast wordt selamectine gedurende een bepaalde periode actief uitgescheiden in het darmkanaal. Deze combinatie van werking in bloed, talg en darm zorgt voor een effectieve bestrijding van meerdere parasieten, te weten schurftmijten, vlooien, en hartwormen. Behalve een incidentele, voorbijgaande kaalheid op de plek van toediening zijn er geen bijzondere bijwerkingen bekend, ook niet als het per ongeluk zou worden overgedoseerd. Het is een heldere kleurloze vloeistof die geen sporen nalaat. Het mag worden toegepast vanaf 6 weken leeftijd, en is ook volstrekt veilig voor zwangere of zogende dieren.
Er ontstaat geen immuniteit, zodat herinfectie altijd mogelijk is.

Top

Cheyletiellosis - Vachtmijt - Roosmijt

hond met vachtmijt

Vachtmijten, stofmijten of roosmijten bij honden, Cheyletiella yasguri, zijn niet strikt diersoort specifiek en kunnen daardoor ook bij mensen jeukende bultjes veroorzaken. Het is een zeer besmettelijke aandoening, die in een heel nest kan voorkomen, maar ook bij individuele honden op elke leeftijd. Als er één dier in huis besmet is, raken de andere dit bijna altijd ook. Doordat tegenwoordig vaker vlooienmiddelen gebruikt worden, komt dit type mijt minder voor dan vroeger. De mijten leven op de huid en zuigen vocht uit de huid. Mijten en eieren kunnen van de vacht afvallen en kunnen dan in de omgeving ongeveer 10 dagen overleven. Hierdoor wordt ook de omgeving besmet.
De mijten zitten bij voorkeur op de rug van de hond en veroorzaken waarschijnlijk door hun speeksel een allergische reactie bij sommige honden. Er zijn honden die nauwelijks enig symptoom hebben, anderen hebben hevige jeuk. De aandoening wordt ook wel "wandelende roos" genoemd en dit beschrijft het beeld, de stoffige vacht, exact.

Er zijn meerdere effectieve middelen beschikbaar, hoewel ze geen van allen officieel geregistreerd zijn voor deze parasiet. Niet alleen het geïnfecteerde dier moet behandeld worden, maar ook de andere honden en katten in huis. Een tweewekelijkse behandeling met een fipronil spray (Frontline) is effectief, mits het middel goed in contact gebracht wordt met de huid. Bij langharige dieren kan het daarom goed zijn om ze te scheren. Een andere mogelijkheid is het 1 maal per 2 weken wassen met een speciale shampoo (Permethrin shampoo) in combinatie met selamectine. Ook injecties met ivermectine kunnen goede resultaten geven, maar dit middel mag niet gebruikt worden bij Collies (diverse soorten), Shelties, Bobtails en aanverwante rassen. Een eenvoudige behandeling is het geven van druppels in de nek (Stronghold) en dit na een maand herhalen.
Aangezien de mijt ook in huis zit moet het huis behandeld worden: goed stofzuigen en met een speciale huisspray (Permethrin) alle vloeren behandelen (het liefst 2x met 2 weken tussentijd) of in elke ruimte een vapona-strip hangen. Verder moeten borstels, handdoeken en eventuele andere toiletartikelen behandeld worden. Enkele uren laten weken in een antiparasitaire shampoo is hiervoor voldoende. De prognose is goed mits de eigenaar deze maatregelen nauwgezet neemt.

Top

Pediculosis - Luizen

Bij honden en katten kunnen 2 soorten luis voorkomen: Linognathus setosus (bloedzuigende luis) en Trichodectes canis (huidluis). De eerste boort zich in de huid van de gastheer en voedt zich met zijn bloed. De tweede luis leeft van huidschilfers en talg en huist in het haar van de gastheer. Volwassen luizen zijn kleine, blauwgrijze tot bruine insecten van een paar mm lengte. De neten (luizen-eitjes) kleven op de haren en zijn met het blote oog te zien. Deze ontwikkelen zich binnen 5-10 dagen tot volwassen luizen. De besmetting wordt overgebracht via direct contact of via besmette borstels e.d. Buiten de gastheer kan de luis maximaal 2 weken overleven.

Luizen komen vooral voor achter de oren, rond de ogen en rond de anus. Ze veroorzaken, net als vlooien, voornamelijk jeuk. De zuigende luizen kunnen bij ernstige besmettingen ook bloedarmoede veroorzaken. Ze komen vooral bij jonge honden voor, die onder onhygiënische omstandigheden leven. Doordat tegenwoordig vaker vlooienmiddelen gebruikt worden, komen ze bij goed verzorgde honden bijna niet voor.

Voor de behandeling zijn wekelijkse wassingen met Permithrin-houdende shampoo voldoende. Daarbij moeten klitten wel verwijderd worden. Een andere mogelijkheid is om de hond goed uit te kammen, daarna met een gewone shampoo te wassen en vervolgens te behandelen met fipronil spot-on (Frontline). Dit dient na 28 dagen herhaald te worden. Omgeving, kleedjes, kammen, borstels, handdoeken e.d. dienen ook behandeld te worden.

Top

Otodectes Cynotis - Oormijt

Oormijten zijn een belangrijke oorzaak van huidproblemen. Indien het klimaat in het oor te vochtig wordt, vertrekken de mijten naar elders op het lichaam. Speeksel en uitwerpselen van de mijt veroorzaken irritatie, waardoor de huid extra talg produceert en kan gaan ontsteken. Hierdoor kunnen secundaire infecties met bacteriën en schimmels ontstaan.
Behandeling richt zich allereerst op het reinigen van het oor. Vervolgend dient het oor met een mijtdodend middel (b.v. Otiderm) behandeld te worden. Indien de huid elders op het lichaam is aangetast kan de hond gewassen worden met antiparasitaire shampoo of met selamectine spot-on (Stronghold®) druppels. Omdat deze aandoening zeer besmettelijk is, moeten ook andere dieren in de omgeving goed gecontroleerd en eventueel behandeld worden. Ook kan de omgeving behandeld worden. Herinfecties treden vaak op.

Top

Thrombiculosis - Herfstmijt

aandoening met herfstmijt

Dit is een minder bekende aandoening met de Thrombicula autumnalis, een vrij grote oranjekleurige mijt. De mijt wordt zo genoemd, omdat besmettingen vaak in de (na)zomer en herfst plaatsvinden. De levenscyclus van de mijt is in organisch materiaal in de omgeving, bij voorkeur kalkhoudende grond. Dit laatste houdt in dat in bepaalde streken het probleem veel voor zal komen en in andere niet of nauwelijks. De levenscyclus is 50 - 70 dagen. De larven zijn parasitaire, klimmen op gras of struiken naar boven en hechten zich op hun voedselbron. De mijt veroorzaakt jeuk, waarschijnlijk als gevolg van speeksel. Ook bij mensen kunnen irritaties optreden.

De mijt wordt vooral op lichaamsuiteinden, zoals oorschelpen en tussen tenen, gevonden, maar ook rond de anus, op de buik en op de snuit. De jeuk veroorzaakt krabben wat huidbeschadigingen en eventuele ontstekingen tot gevolg heeft. Soms is de jeuk zo erg dat behandeling met corticosteroïden nodig is.

Een éénmalige wassing met antiparasitaire shampoo is voldoende om de mijt te bestrijden. Het probleem is de herbesmetting die de hond tijdens de wandeling opdoet. Een mogelijke preventieve maatregel is het inspuiten met fipronil-spray (Frontline), eventueel elke 14 dagen als herbesmetting al weer snel optreedt.

Top

Vlooien

vlooienallergie

Er zijn meer dan 2200 soorten vlooien in de wereld bekend. De kattenvlo is niet strikt soortspecifiek en kan goed overleven op mensen, honden, konijnen en andere knaagdieren. Vlooien veroorzaken jeuk door irritatie van de beten, maar ook door allergische reacties op het speeksel dat de vlo bij elke beet in de wond injecteert om de bloedstolling te vertragen. Verder kunnen ze bij hevige infecties bloedarmoede bij jonge dieren veroorzaken. Tenslotte is de vlo tussengastheer voor de lintworm.

Het vrouwtje legt ongeveer 50 eieren per dag, die grotendeels van de gastheer afvallen. De larve is wat plakkerig en neemt de kleur van de omgeving aan. Hij kan meters afleggen naar een geschikte plek. Na drie vervellingen is het pop-stadium bereikt. Die pop heeft een dikke wand, waardoor insecticiden geen grip hebben. Afhankelijk van de temperatuur en het CO2-gehalte in de lucht verlaat de vlo zijn veilige cocon. De pas uitgekomen vlo kan enkele dagen zonder bloed.

In sommige gevallen heeft een hond een vlooienallergie door overmatige aanwezigheid van vlooien. Goede bestrijding van de vlooien is dan de eerste behandeling. Klik hier voor een overzicht van vlooien- en tekenmiddelen en hun te verwachten werking.

Bij een hond met vlooienallergie vind je echter meestal geen of nauwelijks vlooien, omdat de hond al reageert op één beet. De allergische reactie op het speeksel van de vlo houdt 7 dagen aan en kan eerdere vlooienbeten doen opflakkeren. Dus na één vlooienbeet kan een allergische hond 1 week lang jeuk houden. Dit is voornamelijk aan de achterhand. Hierbij schiet de hond regelmatig met zijn kop naar achteren alsof het dier met een speld geprikt wordt. Daarna gaat de gastheer ter plaatse van de steekwond heftig haren uittrekken en/of likken. Door het vele likken kan zelfs een rode natte eczeemplek (een zogenaamde hotspot) ontstaan. Verder ziet men vaak vele kleine korstjes en hele kleine rode bultjes op vooral de rug, flanken en achterpoten. Soms is de allergie zo heftig dat ook de buik, liezen, oksels en nek meedoen. In langdurig bestaande gevallen kan bij de hond een kale zwarte plek op het achterste gedeelte van de rug ontstaan.
Een goede bestrijding van vlooien, ook in de omgeving is van groot belang. Eventueel kan dit ondersteund worden met homeopathische middelen om de jeuk en allergische reactie te verminderen. Huidontstekingen die door bijten en krabben zijn ontstaan moeten met antibiotica verholpen worden.

Niet altijd wordt dan een bevredigend resultaat bereikt. Ook is opmerkelijk dat honden vaak alleen of extra last hebben van een vlooienallergie in de periode dat ze verharen. Er lijkt dus een verband te zijn met de conditie van de vacht. Is die slechter, dan slaat de vlooienallergie eerder of heviger toe. Er zijn vele oorzaken op te noemen, waardoor een vachtconditie te wensen overlaat. De meeste voor de hand liggende oorzaak is de voeding. In een aantal gevallen kunnen aanvullingen zoals essentiële vetzuren en biotine wonderen verrichten, in andere gevallen kan hypoallergeen dieet of nog simpeler een overstap naar een ander gewoon voer voldoende blijken te zijn om de huidklachten op te lossen. Er zijn echter ook veel andere factoren te noemen die de vachtconditie kunnen beïnvloeden. Bij een zogenaamde secundaire vlooienallergie, waarbij de vlooien eigenlijk afdoende bestreden zijn, maar de huidproblemen blijven optreden, werkt het vaak erg goed om maatregelen te treffen ter verbetering van de vacht. Bij een verbetering van de vachtconditie zien we dan dat de allergische reactie op vlooienbeten sterk vermindert of zelfs verdwijnt.
Slechts in een aantal gevallen is de hond onder alle omstandigheden allergisch voor een vlooienbeet, wat een primaire vlooienallergie genoemd wordt. Kenmerken zijn vaak hevige jeuk, terwijl er niet eens zoveel huidbeschadigingen zijn. Tengevolge van de heftige, bijna ondraaglijke jeuk, vooral op het kruis, zien we ook nog heftige en frequent krabben op de flanken/buik met de achterpoten en vooral ook bijten aan de voorpoten of likken aan/tussen de tenen. Dat laatste is zgn. overspronggedrag: gek van de jeuk worden, er niet goed bij kunnen om te krabben en dan de poten bewerken om af te reageren. Er kan dan geprobeerd worden om met homeopathische middelen de allergie te onderdrukken. Helpt dit niet, dan blijft eigenlijk alleen over het gebruik van Corticosteroïden. Deze nemen de jeuk weg. Er zitten echter de nodige nadelen aan corticosteroïden, waardoor dit middel slechts als laatste redmiddel ingezet moet worden.

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak