Huid - Schimmels en gisten

Inhoud

Top

Algemeen

De belangrijkste huidschimmel bij honden is de Mycosporum canis. Deze begint vooral in hoornige lichaamsdelen, zoals haren, nagels en de opperhuid.
Schimmels kunnen vooral toeslaan als de afweer van het dier wat minder is. Dit kan veroorzaakt worden door een verminderde weerstand als gevolg van medicijngebruik, tumoren of andere aandoeningen. Ook genetische aanleg schijnt een rol te spelen. Jonge dieren zijn vaak vatbaar voor schimmels, wat waarschijnlijk veroorzaakt wordt door een nog niet optimaal functionerend immuunsysteem. Tenslotte spelen ook infectiedruk, huisvesting en klimaatsomstandigheden een belangrijke rol bij het wel of niet ontstaan van een schimmelinfectie.

Schimmel is een behoorlijk besmettelijke aandoening en bij de bestrijding hiervan moeten we daar dus rekening mee houden. De schimmels kunnen gemakkelijk overslaan op andere dieren in huis en ook op mensen. De schimmels kunnen zelfs van mens op mens worden overgedragen en zo kunnen schimmelinfecties bij een huisdier overgaan op schimmelproblemen bij een huisdier in een ander huis. Een bron van besmetting kan ook een zogenaamd "drager-dier" zijn. Dat is een dier dat zelf geen zichtbare schimmelproblemen heeft, maar de schimmel wel bij zich draagt en hem dus kan doorgeven aan andere dieren of mensen. Bij honden ligt het percentage dragers op ongeveer 6 %.

Bij de bestrijding van schimmelinfecties moet niet alleen het dier behandeld worden, maar ook de omgeving. Buiten het dier kunnen schimmels overleven in de vorm van sporen. Bij de hardnekkige soorten kunnen deze sporen wel tot 18 maanden in de omgeving overleven en dus tot een besmetting leiden bij het dier. Een dier dat een besmetting gehad heeft is niet immuun, hij kan gemakkelijk weer een nieuwe infectie krijgen.

Behalve mensen en honden zijn ook katten, konijnen, en cavia's vatbaar. Bij een eventuele bestrijding moet hier dus rekening mee gehouden worden. Indien mensen besmet zijn moet afstemming plaatsvinden tussen dierenarts en huisarts om de bestrijding van de schimmels bij de huisdier en mens zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen.

Top

Schimmelinfecties

schimmelinfectie

De uiterlijke kenmerken van een schimmelinfectie kunnen variŽren van niets (alleen drager) tot kaalheid met korsten op de huid. Voorkeurslocaties zijn kop, oorschelpen en voorpoten, maar als de schimmelinfectie uit de hand loopt, verspreidt die zich over het gehele lichaam. In eerste instantie is er niet of nauwelijks jeuk, maar bij ernstigere vormen kan er wel duidelijk jeuk zijn. Per diersoort kunnen de verschijnselen anders zijn. Bij de hond is er vaak sprake van huidontstekingen met korsten, terwijl bij katten vaker haarverlies en kleine kale plekjes optreden. Infecties van alleen de nagels worden heel weinig waargenomen.
ringworm-infectie Een besmetting bij de mens uit zich vaak als een zogenaamde ringworm. Deze begint als een klein rood bultje en verandert in een steeds groter wordende rode ring, met binnen en buiten de ring schijnbaar normale huid. Vooral kinderen zijn de dupe omdat hun weerstand minder is dan die van volwassenen en het contact vaak inniger. Bij dieren kunnen de ringworm-plekken er uiterst variabel uit zien. De typische ringworm-plekken zijn rood en rond en scherp begrensd. Vaak zijn er ook grauwe schubjes of korsten en treedt er haaruitval op op de aangetaste plaatsen. Bij honden kunnen de plekken ook jeuken.

Om schimmelinfecties aan te tonen kan een dierenarts haren onder de microscoop bekijken. Dit vereist echter wat kennis, omdat een schimmelinfectie op de haren niet altijd goed zichtbaar is. Er kan ook gebruik gemaakt worden van UV-licht, waarmee geÔnfecteerde haren fluorescerend oplichten. Beide methoden zijn niet helemaal betrouwbaar. Om er zeker van te zijn dat er sprake is van een schimmelinfectie zal een kweek gemaakt moeten worden van de schimmel. De dierenarts haalt dan huidschilfers van de huid van de hond. Dit kan hij vervolgens zelf op kweek zetten, maar als het naar een laboratorium opgestuurd wordt, kan ook de soort schimmel vastgesteld worden. Deze kennis kan van belang zijn bij de bestrijding. Helaas duurt het vaak wel 3 weken voor de uitslag bekend is.

Behandeling

Dieren met een schimmelinfectie moeten grondig behandeld worden. Soms is scheren noodzakelijk en in ieder geval moet er gewassen worden met een anti-schimmelshampoo en ook moet het dier speciale tabletjes slikken. De pillen bevatten een stof die via het lichaam in de haren wordt ingebouwd en giftig is voor schimmels. Speciale smeersel of de shampoo bevatten een ander schimmeldodend middel. De pillen kunnen het beste met wat vet eten worden ingegeven (of b.v. zonnebloemolie toevoegen), dit bevordert de opname van het medicijn uit de darm. Met de shampoo wordt het dier om de 4 dagen gewassen. Schimmel bij een hond is zeer hardnekkig en het is dus belangrijk om de zaak grondig aan te pakken en 4-8 weken te behandelen. Dit komt doordat de medicijnen eerst in het haar moeten worden ingebouwd voordat de schimmel afsterft. Aangezien haren traag groeien, duurt het lang voor de schimmel verdwenen is.
Met behulp van een schimmelkweek moet gecontroleerd worden of de schimmel inderdaad verdwenen is.
De infectie bij de mens gaat meestal vanzelf weer over. Dit kan echter heel lang duren en gedurende al die tijd blijft de persoon in kwestie besmettelijk voor zowel andere mensen als dieren. Daarom is het toch zinvol om de aandoening te behandelen met een schimmelremmende of schimmeldodende crŤme.
Hiernaast moet ook de omgeving goed schoon worden gemaakt. Vooral als de besmetting al langer bestaat of als er veel dieren tegelijk aangetast zijn kunnen veel sporen in de omgeving zitten. Als deze niet goed vernietigd worden kunnen de problemen steeds weer terugkeren. Meestal is het voldoende om de omgeving goed huishoudelijk schoon te maken (stofzuigen, dweilen, liefst met chloor, dekens in de was etc.). Huishoudelijk schoonmaken is altijd en bij elke besmetting erg effectief.
In hardnekkige gevallen kunnen rookkaarsen met een schimmeldodend middel in huis worden aangestoken.

Preventie

Schimmel is een besmettelijke ziekte. De beste manier om een besmetting te voorkomen is ieder contact met andere dieren te vermijden, maar dit is natuurlijk niet uitvoerbaar. Plaatsen waar veel dieren bij elkaar zitten, zoals tentoonstellingen en asiels vormen een extra groot risico. Zeker op dergelijke plaatsen is het dus verstandig om direct contact tussen de dieren onderling, maar ook dat tussen hun eigenaren te beperken. Dit kan door bijvoorbeeld de dieren niet samen in een kooi te zetten, vooral geen kammen en borstels wisselen en de dieren niet door iedereen te laten aanhalen.
HygiŽnemaatregelen zijn het meest simpel en effectief om te voorkomen dat de schimmel kan aanslaan bij mensen. Dat betekent dus handen wassen na het aanraken van een dier, ook als aan de buitenkant niet te zien is dat het met schimmel besmet is. Verder is het nodig ervoor te zorgen dat de schimmel niet ook andere dieren in huis kan besmetten. Daarom moeten aangetaste dieren geÔsoleerd worden (apart zetten). Door alle dieren direct te behandelen, wordt voorkomen dat er dragers overblijven. Verder kan het nuttig zijn om honden en katten na een show of keuring te wassen met anti-schimmelshampoo.
Tenslotte is een goede vachtverzorging van belang; een gezonde goed verzorgde huid is niet zo vatbaar voor schimmels als een huid vol korstjes en wondjes. Ook de vacht klitvrij houden werkt preventief.

Top

Gist-infectie

gist-infectie

Op de huid van een hond komt van nature een gist voor Malassezia Pachydermatis. Hij komt vooral voor rond de anus, op de tussen-teenhuid en in de uitwendige gehoorgang. Onder normale omstandigheden is het afweersysteem van de huid voldoende in staat om dit organisme onder controle te houden. Malassezia speelt vaak op bij honden met een slechte vachtconditie of een allergie en er wordt zelfs gedacht aan mogelijke erfelijke of hormonale factoren (bijvoorbeeld een te traag werkende schildklier of de ziekte van Cushing). Zeker is dat weerstand een grote rol speelt. Bij een verstoorde weerstand kan de gist ontstekingen en infecties veroorzaken. Vooral West Highland White TerriŽrs, Bassets, Cocker SpaniŽls, Tekkels en Setters lijken hier extra gevoelig voor te zijn. In gevallen van voedselallergie of atopie (zie allergieŽn) kunnen gisten voor complicaties zorgen, waardoor de klachten verergeren en er ook jeuk kan ontstaan. Overmatig gebruik van antibiotica en/of corticosteroÔden kunnen er ook de oorzaak zijn van dat gisten de kop opsteken.

Kenmerken

Bij de hond zijn belangrijke kenmerken van gist-infecties een afwijkende geur, jeuk, schilfers, korsten, rode huidplekken en een vochtige huidontsteking vooral ter plaatsen van de tussen-teenhuid, huidplooien, de gehoorgang of rond de anus. Ook heet het dier jeuk. De diagnose kan gesteld worden door het aantonen van een zeer groot aantal gisten (veel meer dan normaal) in een preparaat van de huid of in een schimmelkweek van een haarmonster. Het is ook mogelijk om in het bloed specifieke antilichamen tegen Malassezia pachydermatis aan te tonen.
Indien er een probleem met Malassezia is, is het heel belangrijk om de achterliggende oorzaak te achterhalen. Bestrijding van de gist alleen heeft namelijk weinig zin, als de oorzaak gewoon aanwezig blijft. Een gedegen lichamelijk onderzoek, met indien nodig aanvullend onderzoek, is dan ook zeer op zijn plaats.

Behandeling

Indien er een achterliggende oorzaak gevonden wordt, dient deze zo mogelijk behandeld te worden. Heel vaak is het dan zo dat de gist dan door het lichaam zelf bestreden wordt en bestrijding met heftige middelen niet nodig is.
Indien de gist wel bestreden moet worden, dan kan dit met tabletten Nizoral (ketoconazol). Het middel wordt via de darmen in het bloed opgenomen en zo door het hele lichaam verspreid zodat het ook in de huid komt. Op deze manier wordt de gist grondig bestreden. Helaas is Nizoral geen onschuldig middel en komt het ook in de lever terecht, die het middel weer moet afbreken. Dit is zeer belastend voor de lever en kan daardoor schade aanrichten. Daarom kan het middel beter niet gegeven worden aan hele jonge dieren, oudere dieren of dieren waarvan bekend is dat ze aan een leverkwaal leiden. Soms kan het goed zijn om voor de zekerheid via bloedonderzoek de leverfunctie te controleren. Indien de lever niet goed functioneert, kan beter lokaal behandeld worden met bijv. ketoconazol huidgel of met speciale shampoos (Hibiscrub of het voor menselijk gebruik bestaande Nizoral hoofdgel).

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak