Over rangorde en dominantie

De oude benadering herzien

Een aantal decennia geleden was het allemaal heel simpel: honden hebben een rangorde en zijn er per definitie op uit om de baas te spelen. Dus om problemen te voorkomen moet je zelf de leider zijn en de hond dwingen om zich aan jou te onderwerpen. Ondertussen is men daar niet zo zeker meer van en is er veel weerstand tegen deze 'dominantie-theorie'. Hoe zit het nu eigenlijk?

Kijken naar de wolven

De dominantie-theorie komt voort uit observaties aan wolven. Omdat wolven erg schuwe dieren zijn, die zich in de natuur nauwelijks laten zien, werden die studies vooral verricht aan wolven in gevangenschap. Daar vonden onderzoekers een rangorde tussen de dieren, met een dominante wolf als leider en de overige in een vrij absolute hiërarchie eronder. Bij het veroveren en behouden van posities werd de nodige rivaliteit en strijd waargenomen. Van hieruit ontwikkelde de dominantie-theorie zich. In latere jaren zijn observaties gedaan aan wolven in de vrije natuur, waaruit bleek dat de rangorde en dominantie-structuur toch wat anders liggen. Een wolvenpack bestaat eigenlijk meestal uit familieleden. Die bleken onderling in een wat andere relatie te staan dan de groepen wolven in gevangenschap. Die laatste zijn doorgaans geen familie van elkaar en bij toeval bij elkaar beland, hetgeen regelmatig tot de nodige conflicten kan leiden. In de wilde familiegroepen bleek er helemaal niet zo'n duidelijke rolverdeling te zijn met een alfa-wolf en de overige wolven op een rangordeladder eronder. De relaties bleken veel ingewikkelder en genuanceerder te liggen.

De vertaling naar honden

Deze nieuwe kennis over de onderlinge relaties van wolven leidde tot een andere kijk op het functioneren van honden. Men begon zich af te vragen: zijn honden eigenlijk per definitie altijd uit op het veroveren van de leidersrol? Een aantal wel, maar het merendeel niet. Die zijn tevreden met hun plekje in de groep. Moet je daar dan de dominantietheorie op los laten en ze onderwerpen aan allerlei rangorderegels "om ze te onderwerpen aan ons gezag"? Bij veel honden is dit overbodig en je maakt ze er alleen onzeker door. Maar hoe zit het dan, is er dan niet één de baas? Zeker wel, dat is immers ook van belang op het overleven van de roedel. Er moet een leider zijn die aangeeft wat er gaat gebeuren. Maar dat wil niet zeggen dat die leider als een tiran een schrikbewind moet voeren en de andere roedelleden moet onderdrukken. Tegenwoordig is men geneigd om een roedel meer te vergelijken met een gezin. De roedelleiders-rol is dan te vergelijken met die van de ouders. De ouderschaps-rol is een stuk milder en meegaander dan de oude dominantie-theorie voorstaat. Ze gaat meer uit van begrip en tolerantie, niet zomaar alles wat niet goed is afstraffen, maar meer proberen een positieve stimulans te geven. Een goede ouder houdt wel degelijk de regie van het gezin in handen, maar geeft de gezinsleden alle vrijheid om zich te ontplooien.

Niet doorslaan in positivisme

Deze nieuwe inzichten hebben geleid tot nieuwe trainingsmethoden, die vanuit een positieve, stimulerende invalshoek proberen de hond te begeleiden tot een prettige huisgenoot en/of goede sporthond. Helaas slaat deze positieve aanpak soms door, waarbij alles getolereerd wordt en geen enkele grens gesteld wordt. Negeren van alle ongewenst gedrag is daar een goed voorbeeld van, waarbij de hond in kwestie alle ruimte krijgt om rottigheid uit te halen. Maar een goede ouder stelt wel degelijk grenzen en leert een kind wel degelijk wat wel en niet door de beugel kan. Maar dit gaat niet meer met het ouderwetse rietje, waarmee op de handen geslagen werd, dit gaat op andere manieren. Kijken we naar een programma als "The Nannie" dan zien we dat zij ontspoorde kinderen weer op het rechte pad brengt door structuur en regels aan te brengen en duidelijk grenzen aan te geven. Maar de nadruk ligt niet op het straffen, maar op het stimuleren van de gewenste richting. Zo moeten we ook met een hond omgaan: structuur en kaders verstrekken, maar daarbinnen de hond stimuleren om de gewenste gedragingen te vertonen.

Top

Rangorderegels en initiatief

Volgens de oude dominantie-theorie waren er de zogenaamde rangorderegels. Om rangordeproblemen te voorkómen werden deze regels op de meeste hondenscholen als 'bijbel' aan de cursisten verschaft. Het ging dan om regels, die stelden dat de baas eerst door de deur ging, het eerste ging eten en het verbod om honden op de bank te laten liggen. Heel dogmatisch, maar vaak bleken deze regels er toch voor te zorgen dat een wat onwillige hond redelijk in het gareel gezet werd. Hoe moeten we nu tegen die regels aankijken? Zijn ze onwaar? Hoe kan het dan dat ze toch wel effect hadden? Het antwoord hierop is, dat al deze rangorderegels de baas aanspoorden om het initiatief te nemen. Initiatief is het sleutelwoord! In een roedel is de roedelleider degene die het initiatief neemt. Hij besluit bijvoorbeeld om bij gevaar op de vlucht te gaan. Het kan daarbij goed zijn dat een van de andere roedelleden hem verteld heeft dat er gevaar is. Maar dat is slechts de boodschapper, de roedelleider besluit om met deze boodschap wel of niet iets te doen.

De oude rangorderegels nader bekeken

De oude rangorderegels waren erg wart-wit en gingen er per definitie vanuit dat de hond bezig was met de rangorde. Een mooi voorbeeld is het trekken aan de riem. Dat zou een rangorde-basis hebben. Maar is dat zo? Of hebben honden domweg een hogere basissnelheid? Of willen honden simpelweg snel naar het bos, omdat dat leuk is? In de meeste gevallen is het enthousiasme waardoor de hond trekt, het is geen rangordeprobleem. Zoals gezegd, veel honden zijn helemaal niet zo bezig met die rangorde. Maar waarom werkten die regels dan toch aardig goed? De rangorderegels ontlenen hun succes aan het feit dat ze enerzijds gewoon praktisch zijn en anderzijds het initiatief bij de baas leggen. Echter, op een aantal punten zijn ze verouderd en kan het genuanceerder. We gaan de oude rangorderegels eens langs en kijken hoe we deze in een modern jasje kunnen gieten.

Rangorderegel 1:

Als de hond in de weg ligt, stuurt u hem weg. U loopt dus niet om hem heen. De lagere in rang maakt namelijk plaats voor de hogere.
De moderne visie: honden liggen graag op een strategische plek om de baas goed in de gaten te kunnen houden. Dat heeft op zich niets te maken met dominantie. Wel is het onhandig als de hond continu in de weg ligt, zeker als je je handen vol hebt. Er overheen stappen kan ongelukken geven als de hond hiervan schrikt en opstaat. Uit praktische en veiligheids-overwegingen stuur je de hond dus weg, niet vanuit een rangorde-overweging.

Rangorderegel 2:
Als u iets van de hond wilt (u wilt hem bijvoorbeeld borstelen) roept u hem altijd naar u toe. Ook als hij in zijn mand ligt. U gaat dus niet naar de hond toe.
De moderne visie: de mand van een hond moet een plek zijn, waar hij zich kan terugtrekken als hij niet gestoord wil worden. Vooral naar kinderen toe is het zeer goed om dit te respecteren en kinderen te verbieden de hond aan te raken als hij in de mand of op zijn eigen plekje ligt. Als goed voorbeeld voor de kinderen is het dan goed om de regel zelf ook te respecteren. Vanuit veiligheid en het voorkómen van bijtincidenten gezien is deze regel zeker verstandig. Maar los van rangorde en dominantie geeft deze regel de hond ook een stukje rust.

Rangorderegel 3:
Als de hond zelf het initiatief neemt (hij komt bijvoorbeeld met zijn speeltje aanlopen) negeert u hem of stuurt u hem weg. De baas is namelijk degene die bepaalt wanneer er gespeeld, gegeten, gewandeld enz. wordt. Hij bepaalt het begin en het einde en het verloop ervan.
De moderne visie: dit is typisch een regel, waarbij het niet zozeer gaat om dominantie, maar meer om initiatief. Als de hond een speeltje bij de baas komt brengen, is hij niet direct met rangorde bezig. Hij vindt het gewoon leuk om dat spelletje te doen. Als een verwend kind kan hij dan de ervaring opdoen dat hij zijn zin wel krijgt als hij blijft drammen. Daar komt het stukje initiatief naar boven. Het kan helemaal geen kwaad om af en toe op de speluitnodiging van de hond in te gaan, maar hou het initiatief: heb je zin en tijd? Zo ja, dan speel je, zo nee, dan wordt er niet gespeeld, ook niet als de hond blijft drammen. Dan zal dat drammen ook snel afgelopen zijn, want de hond leert snel genoeg of een baas consequent. Nee is nee. De oude regel is heel zwart-wit, de nieuwe visie stelt dat je best op de uitnodiging van de hond in mag gaan, maar niet altijd, hou zelf het initiatief!

Rangorderegel 4:
De hond mag niet op de bank, de stoel en het bed e.d. Wat hij probeert is op ooghoogte met u of nog hoger te komen, waardoor hij zich letterlijk en figuurlijk hoger geplaatst voelt.
De moderne visie: in de meeste gevallen kan het geen kwaad als de hond op de bank o.i.d. mag liggen, omdat de meeste honden hier geen bijbedoeling mee hebben. Het is gewoon een fijne plaats om te liggen en ze hebben van daaruit doorgaans een beter zicht op wat er in huis gebeurt. Natuurlijk moeten we wel het initiatief en de regie houden: als er visite is of als wijzelf op de bank willen zitten, moet de hond ruimte maken. In de enkele gevallen, waarin er wél sprake is van een moeizame rangorde-relatie met de hond, dan is het verstandig de hond niet op hoge plaatsen te laten liggen.

Rangorderegel 5:
Zorg ervoor om niet lager te komen dan de hond door bijvoorbeeld op de grond te gaan liggen of zitten (tenzij uw hond onmiddellijk probeert zich kleiner te maken).
De moderne visie: in de meeste gevallen kan dit geen kwaad en kunnen we best eens een dolletje met onze hond maken. Alleen in geval van een problematische rangordeverhouding is het niet verstandig om ons klein te maken. Bij heel onzekere honden kan het ook averechts werken om ons klein te maken, ze worden er nog onzekerder van.

Rangorderegel 6:
Als u gaat wandelen met de hond bepaalt u de route en het tempo van de wandeling en niet de hond. Het helpt om regelmatig van route te veranderen.
De moderne visie: deze regel is eigenlijk een hulpmiddel om zelf het initiatief te houden. Vanuit dat perspectief zal het zeker naar de hond toe goed werken. Het heeft echter niets met rangorde te maken. Heb je verder geen problematische verhouding met je hond, dan zal deze het waarderen als je ook eens zijn keuze van route neemt.

Rangorderegel 7:
Als u met uw hond naar buiten of naar binnen gaat, laat u hem eerst zitten. Dan gaat u zelf naar buiten of naar binnen en daarna pas de hond. Ook als u bijvoorbeeld de halsband om wilt doen, laat u hem zitten. Hetzelfde doet u bij het eten geven. De hond moet zitten. De baas zet de voerbak op de grond. Pas als hij toestemming geeft mag de hond gaan eten. Hetzelfde kunt u doen bij het oversteken van de straat enz.
De moderne visie: Een hond die ons bijna de deur uit sleurt is niet per definitie een dominante hond, het is gewoon een enthousiaste hond, die graag uit gaat. Natuurlijk is het prettig om daar enig fatsoen in te brengen en door middel van wat opvoeding een iets werkbaardere situatie te creëren. Maar daarvoor hoef je niet persé zelf als eerste door de deur te gaan. Het advies om als eerste door de deur te gaan heeft tot doel het initiatief bij de baas te leggen. In die zin is het goed, maar je kunt ook op andere manieren het initiatief behouden. Een hond mag best voor ons uit door de deur, zolang dit op commando gebeurt en hij ons niet half de deur uit sleurt. Dus zolang het initiatief van hoe je met je hond de deur uit gaat bij jou ligt, is het goed. Met betrekking tot het laten zitten bij halsband omdoen, eten geven etc. maakt het niet wat we de hond laten doen. Een zit is makkelijk aan te leren en ook een praktische positie, maar als we liggen of stilstaan fijner vinden, dan is daar natuurlijk niets op tegen, zolang de hond dat netjes uitvoert. Ook hier gaat het er weer om: wie heeft het initiatief.

Rangorderegel 8:
Doe geen wilde trekspelletjes met de hond. U bepaalt hoe en wanneer er gespeeld wordt, wanneer het spel afgelopen is en u bent de baas over het speeltje. In het spel zit namelijk altijd een element van rangorde.
De moderne visie: een trekspelletje is niet per definitie een manier van de hond om ons 'eronder te werken'. Een hond is gewoon een speels dier. Wel kan hij hierin te ver gaan, zeker een temperamentvolle hond kan enigszins doordraaien. Dat moet uiteraard voorkomen worden, dus ook hier geld weer dat we de regie moeten houden. Onder die voorwaarde kun je best een wild trekspel doen. Bij een wat timide hond moet het spel niet te wild zijn, omdat de hond hiervan kan schrikken. Bij zo'n hond is het juist goed om die regelmatig te laten winnen. Dat zal zijn zelfvertrouwen verbeteren.

Rangorderegel 9:
U eet altijd eerst zelf en pas daarna krijgt de hond zijn eten.
Deze regel heeft weinig waarde. het is belangrijker te zorgen dat we de regie houden bij het eten geven. Dat wil zeggen: laat de bak niet uit je handen springen en zorg ervoor dat je eventuele baknijd voorkomt door hierop gericht te trainen.

Top

Conclusie

In conclusie kunnen we stellen dat honden meestal niet bezig zijn met ons de baas te worden. Veel van het gedrag dat vroeger als rangorde-strijd gezien werd, heeft een andere motivatie: de hond wil graag bij ons zijn, de hond is speels of de hond wil graag uit en is enthousiast. Vanuit die optiek gezien, kunnen veel oude rangorde regels wat genuanceerder geïnterpreteerd worden. Waar het om gaat is dat we als baas de regie en het initiatief houden. Binnen die voorwaarden kunnen we de omgang met onze hond en zijn privileges invullen zoals dat voor ons het meest praktisch is én past bij de hond. De strebertjes houden we wat meer bij de les en de onzekere honden geven we wat meer ruimte.

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak