FCI-Ob-wedstrijden

Inhoud:

Top

Wedstrijdseizoen

Een wedstrijdseizoen FCI-Ob loopt vanaf het Nederlands Kampioenschap tot en met het volgende Nederlands Kampioenschap (NK). Het NK is meestal begin september. De eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen is dan meestal begin oktober 2006. Vervolgens loopt het wedstrijdseizoen over de jaargrens heen tot medio augustus van het volgende jaar. Alle selectiewedstrijden in die periode tellen mee voor het NK. Er zijn ook speciale wedstrijden, zoals de Gockingabokaal, maar die tellen niet mee voor het NK.

Wedstrijden kun je lopen voor de lol. Gewoon een of twee wedstrijden die lekker in de buurt zijn of die bij je eigen vereniging georganiseerd wordt. Dan kun je een beetje ervaring opdoen en kijken of je het leuk vindt. Een wedstrijd kost je namenlijk een hele dag en ondanks dat er weinig actie op het veld is, ben je 's avonds behoorlijk moe.

Je kunt echter ook proberen je te kwalificeren voor het Nederlands Kampioenschap. Ook dan loop je (als het goed is) voor de lol, maar je moet dan wel aan bepaalde eisen voldoen (zie hieronder).

Hou er rekening mee dat ze in wedstrijden iets strenger keuren dan bij een examen. Bij een examen kijken ze vooral wat de hond kan, bij een wedstrijd moeten ze kijken wie de winnaar is, dus strepen ze sneller puntjes weg. Als je hond bijvoorbeeld bij het volgen net af iets te laat af gaat (dus als je al bij de hoek bent) dan knijpen ze bij een examen nog wel eens een oogje dicht, maar bij een wedstrijd is dat dus een vette nul. Verder is een wedstrijd moeilijker voor je hond, omdat het op vreemd terrein is, met drie of vier ringen naast elkaar en allemaal vreemde honden en vreemde mensen. Doe er dan nog wat wapperende linten om de ringen bij en je hond zal zich echt afvragen "waar ben ik in hemelsnaam in beland?". Verwacht er in het begin dus helemaal niks van, ga gewoon meedoen voor de ervaring. Op zich vertelt de ringmeester meestal goed wat je moet doen, maar soms vinden ze dingen vanzelfsprekend, die je als nieuwkomer niet kunt weten. Het is daarom best goed om de eerste keer in het begin even aan de ringmeester aan te geven dat het je eerste wedstrijd is. Dan begeleiden ze je wat meer, zodat je goed weet wat er gebeuren gaat. Snap je iets niet of is het onduidelijk, vraag het dan gewoon even.

De uitslagen van de wedstrijden worden vermeld op de volgende website: www.fciobedience.nl

Top

Voorbereiding

Licentie en boekje

Om mee te doen aan een wedstrijd hoef je geen startlicentie te hebben. Alleen als je vaker aan wedstrijden meedoet is een startlicentie verplicht. Die kun je via de Raad van Beheer aanvragen. Op de website van FCI-Obedience.nl staat ook uitleg over hoe je aan een startlicentie komt.

Daarnaast is een rashondenlogboek (voor rashonden) of een werkboekje (voor rasloze honden) verplicht. Beide kun je aanvragen bij de Raad van Beheer. Het makkelijkste gaat dat via hun website: www.houdenvanhonden.nl.

Inschrijven

Op de website van FCI-Obedience.nl kun je de wedstrijdkalender vinden. Daar staat waar er wedstrijden zijn, het wedstrijdsecretariaat, de kosten en een giro-/bank-rekeningnummer. Inschrijven voor een wedstrijd doe je heel simpel door het vereiste bedrag over te maken op het vermelde rekeningnummer. Bij de mededelingen zet je dan je startlicentie-nummer en wat je wilt lopen (FCI-Ob-B of FCI-Ob-1 etc.) Daarachter moet je aangeven of je voor de wedstrijd loopt of voor diploma. In een wedstrijd kun je namenlijk ook FCI-Ob-diploma's halen. Meer daarover verderop op deze pagina.
Je schrijft dus bijvoorbeeld in voor de FCI-Ob-1-wedstrijd door op de betaling te vermelden:
1-10-2006: 123456 - FCI-Ob1-W
Dat betekent dat je hond met startlicentienummer 123456 inschrijft voor de wedstrijd op 1 oktober 2006 voor de FCI-Ob-1-wedstrijd. Schrijf je voor diploma in, dan zet je geen W maar een D erachter, dus:
1-10-2006: 123456 - FCI-Ob1-D

Het is goed om de avond voor de wedstrijd je spullen klaar te leggen. Het volgende "boodschappenlijstje" kan je daarbij van nut zijn:

Top

Voor diploma lopen

In de wedstrijden kun je ook je FCI-Ob-diploma's halen. Daarvoor gelden eigenlijk dezelfde regels als voor de examens.

Wil je voor diploma lopen dan schrijft je dus één klasse hoger in dan je laatstbehaalde diploma met die hond. Je kunt b.v. meedoen aan de FCI-Ob-1 wedstrijd als je alleen maar een FCI-Ob-B-diploma hebt; haal je dan het vereiste aantal punten voor het FCI-Ob-1-diploma, dan krijg je een bewijs-papier waarmee je het diploma tegen betaling kunt aanvragen.

Bij je inschrijving moet je aangeven of je voor diploma loopt of voor wedstrijd. Dat doe je zoals boven aangegeven bij "Voorbereiding".

Als je voor diploma loopt dan kun je ook in aanmerking komen voor de dagprijs (als je tenminste genoeg punten haalt). Deze wordt nl. uitgereikt aan de combinaties die in die klasse de hoogste scores gehaald hebben. Daarbij wordt niet gekeken of het wedstrijd- of diplomalopers zijn.

Top

Wedstrijddag

Selectiewedstrijden beginnen altijd om 09.00 uur. Het is niet verplicht, maar wel verstandig om er al om 08.00 uur te zijn. Je kunt dan rustig een plekje op het veld uitzoeken, je startnummer ophalen, naar het toilet gaan, het programmaboekje doornemen en kijken in welke ring je moet zijn. Ook moet je je hond vooraf even goed uitlaten, want als hij het op het veld doet kost het je veel punten.
Meestal is een wedstrijd pas om 17.00 uur of later afgelopen, dus eer dat je thuis bent is je dag om en ben je doodmoe.

In tegenstelling tot Agility-wedstrijden moet je bij FCI-Ob-wedstrijden altijd je rashondenlogboek of werkboekje inleveren. Dat doe je 's morgens bij het afhalen van je startnummer. Pas na de prijsuitreiking kun je het boekje weer ophalen. De uitslag, goed of slecht, is er dan in bijgeschreven.

Een FCI-Ob-wedstrijd begint altijd met de blijf-oefeningen. Dat doe je in groepjes van ongeveer 6 à 8 honden.
Bij de FCI-Ob-B heb je nog het volgen om de groep, dat meestal voorafgaand aan de af-blijf wordt gedaan. Soms wordt ook het staan-en-betasten en het tandjes laten zien gedaan als je met de groep in het veld staat, maar meestal valt dit onder het individuele deel.

Als in alle ringen de groepsoefeningen klaar zijn wordt begonnen met het individuele deel. Daarvoor ga je 1 voor 1 de ring in.
Het individuele gedeelte is altijd op bijna dezelfde manier verdeeld over de middag en ochtend. Hieronder wordt de gangbare dagindeling voor de diverse klasses gegeven.

De tussentijdse uitslagen worden meestal op een bord of op het raam van de kantine opgehangen. De punten voor los volgen zitten daar niet bij. Om tot de prijsuitreiking spannend te houden wie gewonnen heeft, worden die pas na afloop vermeld. Voor het onderdeel omgang baas-hond wordt zowel 's morgens als 's middags een cijfer gegeven. Het laagste cijfer is het uiteindelijke cijfer.

Als alle ringen klaar zijn en alle resultaten opgeteld en uitgewerkt, volgt de prijsuitreiking. Het aantal prijzen per klasse is afhankelijk van het aantal inschrijvingen: hoe meer inschrijvingen hoe meer prijzen.

Na de prijsuitreiking ga je bij het wedstrijdsecretariaat in de rij staan om je startnummer in te leveren en je rashondenlogboek of werkboekje terug te krijgen. Daarbij krijg je ook de keuringslijsten, zoals die door de keurmeesters op het veld zijn ingevuld. Zo kun je zien wat de opmerkingen van de keurmeesters waren en de punten per onderdeel. Neem dit goed door, want hier kun je van leren wat je moet verbeteren. Snap je iets niet, vraag dit dan gerust aan de keurmeester. Hij/zij kan je dan uitleggen waarom hij tot een bepaald oordeel is gekomen. Bedenk: het blijft een jurysport, dus je zult het lang niet altijd eens zijn met de keurmeester. Schelden is altijd verkeerd, maar rustig en vriendelijk om uitleg vragen kan erg verhelderend werken. Elke keurmeester heeft zo zijn eigen stokpaardjes en details waar hij op let. Daar kun je dan de volgende wedstrijd rekening mee houden.

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak