Speuren

Inhoud:

Top

Speuren

In principe kan elke hond van nature een geurspoor volgen. Elke hond is het aan te leren om een spoor wat wij hebben uitgelegd te volgen. Goed en spoorvast speuren is iets wat niet van nature goed gaat. Honden worden afgeleid door lekkere geurtjes, andere sporen of ze raken het spoor kwijt doordat ze niet getraind zijn om het in moeilijke omstandigheden te volgen. Om ook met afleiding spoorzeker te speuren vereist veel training en veel geduld. Of honden op hoog niveau kunnen komen, ligt aan de aanleg van de hond: hoe gedreven is hij om het spoor te houden, hoe snel is je hond afgeleid en hoe goed kan hij spoorgeuren onderscheiden. Deels zijn dit eigenschappen die door training kunnen worden aangescherpt, deels is het ook aanleg van de hond.
Over het algemeen is het reukvermogen van grote honden wat beter dan dat van kleine honden, omdat ze domweg meer geurslijmvlies hebben. Daarnaast is er ook de natuurlijke aanleg van de hond. Er zijn dus ook kleine honden met zeer goede neuzen, die zelfs beter speuren dan grote honden.
Het volgen van een spoor in een onbetreden grasveld is niet heel moeilijk voor een hond. Het wordt lastiger als het terrein verandert en daarmee ook de geur van het spoor. Als het spoor dan nog doorkruist wordt door andere sporen of het gaat over een sloot of over een asfaltweg, dan wordt het pas echt specialistenwerk. Alleen honden die hierop goed getraind zijn zullen het spoor dan nog kunnen volgen.

Speuren vormt een onderdeel van diverse jachtdisciplines. Daarbij moet de hond het spoor van al dan niet aangeschoten wild volgen. Het gaat er daarbij vooral om dat de hond het juiste spoor vasthoudt en niet zozeer hoe hij dit technisch uitvoert. De honden mogen dus met een vrij hoge neus en, bij zijwind, zelfs enigszins naast het spoor lopen. Het terrein waar het spoor loopt is afwisselend. Net waar het wild loopt, kan het bosachtig, struikachtig, weiland of ander ruig terrein zijn. Het kan wegen en zelfs sloten kruisen.

Speuren maakt ook onderdeel uit van de africhtingssport (zie IPO). Daarbij moet de hond het spoor van de geleider of een vreemd persoon volgen en wordt verlangd dat de hond met de neus diep op het spoor loopt. Op het spoor liggen een aantal voorwerpen die de hond moet verwijzen. Het terrein is meestal weiland.
Ook bij reddingshonden is er een speur-discipline. Daarbij gaat het spoor door diverse terreinen. Er zijn verschillende moeilijkheidsgradaties.

Speuren kan ook als op zichzelf staande discipline gedaan worden. De hond moet dan ook met diepe neus het spoor van een persoon volgen. Dit kan door zeer afwisselend terrein gaan. Sinds kort kan via de FHN een speurhondendiploma gehaald worden, maar gangbaarder is om dit te halen via de Commissie Werkhonden van de Raad van Beheer. Via een erkende vereniging kan dan examen gedaan worden in Speurhond I en daarna Speurhond II.

Top

Wie kan Speurhond I en Speurhond II halen?

Om deel te kunnen nemen aan een examen Speurhond, moet de hond in bezit zijn van het diploma VZH. Speurhond-examens kunnen alleen gedaan worden met hondenrassen die op de FCI-lijst van gebruikshonden staan. Dit zijn Duitse Herder Belgische Herder (4 variŰteiten), Bouvier, Hovawart, Beauceron, Briard, Kelpie, Australian Cattle Dog, Airedale TerriŰr, Dobermann, Picardische herder, Boxer, Riesenschnauzer, Rottweiler, Anatolische herder, Hollandse herder. Andere rassen kunnen alleen deelnemen met schriftelijke toestemming van de rasvereniging. Ook zijn honden zonder stamboom toegelaten, mits in het bezit van een hondenlogboek uitgegeven door de CWH (Commissie Werkhonden van de Raad van Beheer).

Op de dag van het examen dient de hond de voorgeschreven leeftijd te hebben bereikt. Er mogen geen uitzonderingen gemaakt worden.
Sph. I :   18 maanden
Sph. II :  20 maanden

Top

De details

Aanzet Voor speurhond I staat de spoorlegger korte tijd op de aanzet stil. Links naast deze aanzet staat een speurpaaltje.
Voor Speurhond II worden 2 stokken in de grond gestoken op 20 meter uit elkaar. Deze denkbeeldige lijn vormt de basis van een vierkant van 20x20 meter. De spoorlegger loopt vanaf de zijkant dit vierkant in en legt het identificatievoorwerp in het midden neer. Dit vormt de aanzet van het spoor. Na enige tijd hierbij gestaan te hebben, loopt de spoorlegger het vak uit, waarbij hij over de tegenoverliggende zijde van de basislijn vertrekt (Per 1-1-2008 vervalt bij Speurhond-II dit aanzetvlak).
Voorwerpen De voorwerpen zijn 10 cm lang, 2-3 cm breed, 0,5-1 cm dik en mogen in kleur niet wezenlijk verschillen van het terrein. Ze moeten van verschillende materialen zijn (b.v. leder, hout, textiel).
Positie voorwerpen De voorwerpen kunnen onregelmatig op alle spoordelen gelegd worden. Het laatste voorwerp ligt aan het einde van het spoor. De voorwerpen moeten in de beweging op het spoor gelegd worden.
Verwijzen voorwerpen De hond moet uit eigen vrije beweging, zonder inwerking van de geleider, de voorwerpen verwijzen, opnemen of apporteren. De hond mag de voorwerpen verwijzen door erbij te gaan liggen, zitten of staan. Bij het opnemen mag de hond blijven staan of gaan zitten, maar hij mag er niet mee gaan liggen. Bij het apporteren moet de hond het voorwerp naar de geleider brengen. De hond mag na het opnemen niet met het voorwerp doorgaan op het spoor. Na het verwijzen van een voorwerp laat de geleider de riem vallen en steekt het voorwerp in de lucht om aan te geven dat er een voorwerp gevonden is. Na het speuren moet de geleider alle voorwerpen aan de keurmeester tonen.
Spoor De spoorgedeelten zijn aan het terrein aangepast. Zowel het spoor als de hoeken worden in normale pas gelopen door de spoorlegger. Het spoor moet over wisselend terrein gelegd worden. Tijdens het spoorleggen zijn geleider en hond uit zicht.
Bij Speurhond II moet 1 spoordeel als halve cirkel met een straal van 30 m gelegd worden. De halve cirkel begint en eindigt met een rechte hoek. Bij Speurhond II zijn tenminste 2 hoeken scherp (30o - 60o).
Verleidingsspoor Een half uur na het uitleggen van het spoor moet een tweede spoorlegger een verleidingsspoor leggen. Dit mag nooit onder een hoek die kleiner is dan 60o en het moet minimaal 2 spoordelen doorkruisen. Het mag echter niet het eerste of laatste spoordeel doorkruisen en ook mag het niet tweemaal hetzelfde spoordeel doorkruisen.
Commando's De geleider dient zijn hond rustig naar de spooraanzet te brengen. Met een commando "zoek" wordt de hond aangezet tot zoeken. Dit commando mag na het vinden van elk voorwerp herhaald worden. Ook mag de hond af en toe tijdens het speuren geprezen worden. De hond mag geen voedsel gegeven worden.
Het speuren De hond kan vrij zoeken ofwel aan een 10 meter lange lijn. Deze wordt vastgemaakt aan de halsband of aan een borsttuig of B÷tchertuig (zonder bijkomende riemen). De riem mag over de rug van de hond, langs de hond of tussen de poten door lopen. Voorafgaande aan de start geeft de geleider aan hoe de hond verwijst. De hond moet vanaf de aanzet met diepe neus en intensief in een gelijkmatig tempo het spoor volgen. De geleider volgt de hond op ca. 10 meter, ook bij het vrij speuren. De hond moet de hoeken zeker uitwerken en daarna weer in gelijkmatig tempo verder gaan.
Een korte pauze ter verzorging van de hond (b.v. bij erg warm weer) of de geleider is na ruggespraak met de keurmeester toegestaan, maar dit wordt van de totale beschikbare tijd afgetrokken.
Bij Speurhond II geeft de keurmeester aan hoe de combinatie het vertrekvlak dient te betreden. De geleider mag het vlak pas aan het uiteinde van de 10 meter lijn betreden. De hond krijgt 3 minuten de tijd om het identificatievoorwerp te vinden.

Top

Tabel Speuren

Discipline IPO I IPO II IPO III Sph I Sph II
Punten 100 pnt
   80 spoor
   20 voorwerp
100 pnt
   80 spoor
   20 voorwerp
100 pnt
   80 spoor
   20 voorwerp
100 pnt
   80 spoor
   20 voorwerp
100 pnt
   80 spoor
   20 voorwerp
Spoorlegger Geleider Vreemde Vreemde Vreemde Vreemde
Minimale spoorlengte 300 passen 400 passen 600 passen 1200 passen 1800 passen
Aantal spoorgedeelten 3 3 5 7 8
Aantal hoeken 2 (ca 90░) 2 (ca 90░) 4 (ca 90░) 6 7
Aantal voorwerpen 2
aan geleider toebehorend
2 3 4 7
(+1 identificatie-vw.)
Minimale leeftijd spoor 20 minuten 30 minuten 60 minuten 180 minuten 180 minuten
Verleidingsspoor nee nee nee ja ja
Uitwerktijd 15 minuten 15 minuten 20 minuten 30 minuten 45 minuten

Uitwerking / puntentelling

Max. aantal punten Uitmuntend Zeer goed Goed Voldoende Onvoldoende
100 100 - 96 95 - 90 89 - 80 79 - 70 69 - 0

Top

Voorbeeld sporen Speurhond II

Top

Laatst gewijzigd op:

Deze pagina is onderdeel van de Hondenvraagbaak