SDCA1: Sponsachtige degeneratieve cerebellaire ataxie bij de Mechelse herder

Inhoud

Top

Wat is Cerebellaire Ataxie?

Cerebellaire Ataxie is een aandoening, waarbij de pups op jonge leeftijd (doorgaans in het nest) een steeds verder voortschrijdende aantasting van de zenuwen krijgen, waarvoor geen genezing bestaat. De aandoening komt bij meerdere rassen voor, o.a. American Staffordshire TerriŽrs, Schotse TerriŽrs, Australische Kelpies, Old English Sheepdogs, Engelse Bulldogs, Gordon Setters en de Mechelse herder.
Bij de Mechelse herder komt een variant voor die 'Spongy degeneration with cerebellar ataxia' (SDCA1) genoemd wordt. Het betreft doorgaans 2 of 3 pups in normale nesten (7 tot 10 pups) van gezonde ouderdieren. Zowel teefjes als reutjes kunnen de ziekte hebben. De aangetaste pups ogen doorgaans als gewone, gezonde honden voordat de ziekte zich openbaart. Op een leeftijd van 5 tot 8 weken leeftijd gaan de pups verschijnselen vertonen, zoals een duidelijke moeite met coŲrdinatie, wankelen en vallen. Dit wordt erger, de pups krijgen steeds meer moeite met lopen, kunnen trillingen gaan vertonen, staan vaak wijdbeens en vertonen vergeleken hun nestgenootjes wat verlies in bespiering. Vanwege het progressieve karakter van deze aandoening, zonder zicht op genezing, worden de pups doorgaans geŽuthanaseerd op een leeftijd van 8 tot 12 weken.

Top

Erfelijke karakter

Onderzoek van Kleiter et al. (2011) toont aan dat de aangetaste families allen ťťn gezamenlijke voorvader hebben. In sommige gevallen was deze voorouder al 7 generaties terug, hetgeen aantoont dat het gen generaties lang kan worden doorgegeven zonder dat dit tot ziekten leidt. Dit is zeer typisch voor een recessieve vererving. Onderzoekers hebben vastgesteld dat de vererving van dit type ataxie monogenentisch autosomaal recessief verloopt (Mauri et al., 2016).

Top

Gen-onderzoek

Bij onderzoek aan 6 families met 7 honden die duidelijk tekenen van de ziekte gaven bleek veel variatie in de genen te zitten, maar de aangedane honden hadden opvallend veel gelijkenissen op chromosoom 38. Genoom analyse van 3 aangedane honden en 140 controlehonden bracht naar voren dat er op het KCNJ10 gen een afwijkende variant was, waardoor de natrium-huishouding verstoord wordt. In eerdere onderzoeken werden bij mensen, muizen en honden al ziekmakende varianten met neurologische reacties gemeld. Daarom vonden de onderzoekers het waarschijnlijk dat ook in dit geval dit gen (KCNJ10:c.986T>C) een rol speelde. Er waren echter ook 12 Mechelaars, die niet homozygoot op dit gen waren en toch een cerebellaire disfunctie hadden. Een gedetailleerd klinisch en histopathologisch onderzoek gaf aan dat deze Mechelaars subtiele neuropathologische verschillen vertoonden met de Mechelaars die aangedaan waren met type SDCA1. De onderzoekers geven daarom aan dat er blijkbaar meerdere varianten van Cerebellaire Ataxie zijn.
In het onderzoek werden ook 231 andere Mechelaars, 25 Groenendaelers, 2 Laekense herders, 34 Tervuerense herders, en 486 honden van andere rassen onderzocht. Daaruit bleek dat slechts ťťn niet-Mechelaar het ziekmakende gen droeg. Dit was een Tervuerense herder met Mechelaars in de voorouders.

Tabel: Associatie van KCNJ10:c.986T>C genotypes met cerebellaire dysfunctie   (Mauri et al., 2016)

Genotype KCNJ10:c.986T>CT/TC/TC/C
Mechelse zieke honden (families 1-4, MA152)--7
Mechelse zieke honden (families 5 & 6, 6 honden uit andere families) 93-
Mechelse controles17643-
Groenendaeler controles25--
Laekense controles2--
Tervuerense controles111a-
Controle honden van andere rassen b486 --

a Deze Tervuerense had Mechelse herder ouders
b Deze honden warden special gekozen van de KCNJ10:c.986T>C variant. De gensequentie van 140 onafhankelijke controlehonden waren ook homozygoot T/T op deze variant. Daardoor was het aantal controlehonden in totaal 626.

Top

Gentest

Er is inmiddels een gentest beschikbaar, de zogenaamde SDCA1 test, die kan aangeven of een hond drager is van het bewuste gen. Deze is alleen zinvol voor honden waarin Mechelse herder bloed zit. Dat kunnen dus ook Groenendaelers en Tervuerense herders uit werklijnen zijn, die Mechelaars in de voorouders hebben. Ook Laekense hersers met Mechelaars in de voorouders kunnen het gen hebben.
Omdat er relatief veel dragers zijn van dit gen, wordt aangeraden om deze niet uit te sluiten van de fokkerij. Dit zou immers een ongewenste versmalling van de genenpool geven. Wel dienen dragers alleen met vrije honden gekruist te worden. Zo kunnen de nakomelingen eventueel drager zijn, maar nooit zelf ziek zijn.

Top

Literatuur